wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
Artikel 46hTegen beslissing is schriftelijk verzet mogelijk
1. Tegen de beslissing, in het vorige artikel bedoeld, kunnen de klager en de deken binnen veertien dagen na de verzending van het afschrift van de beslissing, schriftelijk verzet doen bij de raad van discipline.
2. Ten gevolge van dat verzet vervalt de beslissing, tenzij de raad van discipline het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart.
3. Is de raad van discipline van oordeel dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond, of van onvoldoende gewicht is, dan kan hij zonder nader onderzoek het verzet ongegrond verklaren, echter niet dan na de klager, de deken en de advocaat tegen wie de klacht is gericht, in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord.
4. De beslissing tot niet-ontvankelijk- of ongegrondverklaring van het verzet is met redenen omkleed. Daartegen staat geen rechtsmiddel open. Artikel 46g, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
5. Indien de raad van oordeel is dat het verzet gegrond is, wordt de klacht in verdere behandeling genomen.
Artikel 47De behandeling en beslissing van tuchtzaken
1. Aan de behandeling en de beslissing van tuchtzaken wordt op straffe van nietigheid deelgenomen door vijf leden van de raad van discipline, onder wie de voorzitter of één van de plaatsvervangende voorzitters.
2. De artikelen 512 tot en met 519 van het Wetboek van Strafvordering zijn ten aanzien van De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters, de leden-advocaten en de plaatsvervangende leden-advocaten van overeenkomstige toepassing.
3. Een lid-advocaat of een plaatsvervangend lid-advocaat van de raad van discipline mag op straffe van nietigheid niet deelnemen aan de behandeling van een zaak, waarin hij als deken of lid van een raad van toezicht het in artikel 46c, tweede lid, bedoelde onderzoek heeft verricht.
Artikel 47aBehandeling wordt gestaakt bij intrekking klacht
In geval van intrekking van de klacht wordt de behandeling daarvan gestaakt, tenzij de raad van discipline beslist dat de behandeling van de klacht om redenen aan het algemeen belang ontleend, moet worden voortgezet. In dat laatste geval wordt de klacht verder behandeld als ware deze afkomstig van de deken.
Artikel 48De beslissingen zijn met redenen omkleed
1. De beslissingen van de raad van discipline over de voorgelegde klachten zijn met redenen omkleed en worden in het openbaar uitgesproken, alles op straffe van nietigheid.
2. De raad kan, indien hij oordeelt dat het tegen de betrokken advocaat gerezen bezwaar gegrond is een der volgende maatregelen opleggen:
a. enkele waarschuwing;
b. berisping;
c. schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van ten hoogste een jaar;
d. schrapping van het tableau.
3. Indien enig door artikel 46 beschermd belang dat vordert kan de raad van discipline bij de beslissing houdende oplegging van een der laatstgenoemde drie maatregelen besluiten tot openbaarmaking van de opgelegde maatregel, al dan niet met de gronden waarop zij berust, op de door hem te bepalen wijze.
4. Tot de tenuitvoerlegging van maatregelen overeenkomstig dit artikel opgelegd wordt eerst overgegaan zodra zij in kracht van gewijsde zijn gegaan.
5. De geschorste advocaat mag gedurende de schorsing de titel van advocaat niet voeren.
6. Schorsing in de uitoefening van de praktijk brengt mede verlies van de betrekkingen, waarbij de hoedanigheid van advocaat vereiste voor verkiesbaarheid of benoembaarheid is.
7. De raad spreekt, indien de klager daarom verzoekt, in zijn beslissing steeds met redenen omkleed uit of de advocaat tegen wie de klacht is ingediend, jegens hem de zorgvuldigheid heeft betracht die bij een behoorlijke rechtshulpverlening betaamt. De raad kan een dergelijke uitspraak, indien hij daartoe voldoende grond aanwezig acht, ook ambtshalve doen.
Artikel 48aOplegging van de maatregel van schorsing
1. Bij de oplegging van de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk kan de raad van discipline daarbij zowel ten aanzien van deze maatregel als ten aanzien van de openbaarmaking daarvan en van het verbod om de titel van advocaat te voeren bepalen dat deze maatregel geheel of voor een door de raad van discipline te bepalen gedeelte niet zal worden ten uitvoer gelegd tenzij de raad van discipline later anders mocht bepalen op grond dat de betrokken advocaat zich vóór het einde van een in de beslissing aan te geven proeftijd aan een in artikel 46 bedoelde gedraging heeft schuldig gemaakt, of een bijzondere voorwaarde welke in de beslissing mocht zijn gesteld, niet heeft nageleefd.
2. De proeftijd beloopt ten hoogste twee jaren. Zij gaat in zodra de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.
Artikel 48bOplegging van maatregelen en schadevergoeding
1. Bij de oplegging van de in artikel 48, tweede lid, onder a tot en met d, genoemde maatregelen kan de raad van discipline in afwijking van het bepaalde in het eerste lid van het voorgaande artikel als bijzondere voorwaarde stellen dat de betrokken advocaat de door zijn gedraging veroorzaakte schade geheel of tot een bij de beslissing te bepalen gedeelte binnen een daarbij te stellen termijn, korter dan de proeftijd, vergoedt.
2. Bovendien is de raad van discipline bevoegd bij de beslissing ook andere bijzondere voorwaarden, de praktijkbeoefening van de betrokken advocaat gedurende de proeftijd of een bij de beslissing te bepalen gedeelte daarvan betreffende, te stellen.
Artikel 48cDe deken ziet toe op de nakoming der voorwaarden
1. De deken van de orde, waartoe de advocaat behoort, ziet toe op de nakoming der voorwaarden, tenzij de raad van discipline, in overleg met de deken, bij besluit een ander lid van de orde daarmee belast. Indien de betrokken advocaat de deken is, wijst de raad van discipline een ander lid van de orde aan in overleg met het in artikel 23, eerste lid, bedoelde lid van de raad van toezicht.
2. De deken of het in het eerste lid bedoelde andere lid van de orde geeft, ingeval de betrokken advocaat de voorwaarden gedurende de proeftijd niet nakomt, daarvan kennis aan de raad van discipline, met zodanige vordering als hij nodig acht.
Artikel 48dWijzigingen in voorwaarden aanbrengen
De raad van discipline die het in artikel 48a bedoelde bevel heeft gegeven, kan, hetzij op vordering van de betrokken deken of het in het eerste lid van artikel 48c bedoelde lid van de orde, hetzij op verzoek van de betrokken advocaat, hetzij ambtshalve, gedurende de proeftijd in de gestelde bijzondere voorwaarden wijziging brengen.
Artikel 48eLast geven dat tot tenuitvoerlegging zal worden overgegaan
De raad van discipline, die met toepassing van artikel 48a heeft bepaald dat de opgelegde maatregel voor een door hem te bepalen gedeelte niet zal worden tenuitvoergelegd, kan hetzij op vordering van de betrokken deken of het in het eerste lid van artikel 48c bedoelde lid van de orde, hetzij ambtshalve, last geven dat alsnog tot tenuitvoerlegging zal worden overgegaan. Een zodanige last kan niet meer worden gegeven wanneer sedert het einde van de proeftijd drie maanden verstreken zijn.
Artikel 48fBeslissing niet gegeven dan na verhoor
Een beslissing als bedoeld in de artikelen 48d en 48e wordt niet gegeven dan na verhoor, althans behoorlijke oproeping van de betrokken advocaat en, in het geval de beslissing de bijzondere voorwaarde tot gehele of gedeeltelijke schadevergoeding betreft en deze daarbij belanghebbende is, de klager. Voor het verhoor wordt tevens opgeroepen de in het eerste lid van artikel 48c bedoelde toezichthouder. Op het verhoor en de beslissing zijn de bepalingen van de artikelen 49, tweede tot en met het laatste lid, en 50 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 48gBeslissing is niet aan enig rechtsmiddel onderworpen
Een beslissing als bedoeld in de artikelen 48d en 48e is niet aan enig rechtsmiddel onderworpen.
Artikel 48hDe deken verzoekt de behandeling bij te wonen
1. Indien de deken door wiens tussenkomst de klacht aanhangig is gemaakt verzoekt de behandeling daarvan bij te wonen, stelt de raad van discipline hem daartoe steeds in de gelegenheid. De raad kan overigens de deken door wiens tussenkomst de klacht aanhangig is gemaakt uitnodigen de behandeling daarvan bij te wonen.
2. Betreft de klacht de deken van de orde, dan kan de behandeling worden bijgewoond door het in artikel 23, eerste lid, bedoelde lid van de raad van toezicht van die orde.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 49Raad van discipline neemt geen beslissing dan na verhoor
1. De raad van discipline neemt geen beslissing dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de advocaat tegen wie de klacht is ingediend, en van de klager.
2. De betrokken advocaat en de klager zijn bevoegd zich bij de behandeling van de klacht door een raadsman te doen bijstaan. Zij en hun raadslieden worden in de gelegenheid gesteld tijdig van de processtukken kennis te nemen. Hun wordt door de griffier van de raad van discipline tijdig medegedeeld, waar en wanneer deze gelegenheid bestaat.
3. De raad van discipline kan weigeren bepaalde personen, die van het verlenen van rechtshulp hun beroep maken en niet zijn advocaat, als raadsman toe te laten. De behandeling van de klacht wordt in dat geval aangehouden totdat de betrokkene in de gelegenheid is geweest de geweigerde raadsman te vervangen. Hij wordt door de griffier van de aanhouding en de reden daartoe in kennis gesteld.
4. De raad van discipline kan getuigen en deskundigen oproepen en horen. Het horen van getuigen en deskundigen kan worden opgedragen aan de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of een van de leden of plaatsvervangende leden van de raad van discipline.
5. Op verzoek van de raad van discipline doet de officier van justitie hen dagvaarden. De getuigen en deskundigen zijn na dagvaarding verplicht te verschijnen.
6. Verschijnt een getuige of deskundige op de dagvaarding niet, dan doet de officier van justitie op verzoek van de raad van discipline hem andermaal dagvaarden, desverzocht met bevel tot medebrenging.
7. Artikel 556 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
8. De voorzitter beëdigt de getuige, dat hij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen; de getuige is verplicht op de gestelde vragen te antwoorden. De deskundige is gehouden zijn taak onpartijdig en naar beste weten te verrichten. Ingeval van toepassing van het vierde lid, tweede volzin, geschiedt de beëdiging van de getuige door het daartoe aangewezen lid-advocaat of plaatsvervangend lid-advocaat van de raad van discipline.
9. Op de getuigen en deskundigen vinden de artikelen 217-219 van het Wetboek van Strafvordering overeenkomstige toepassing.
10. De getuigen en deskundigen ontvangen desverkiezende op vertoon van hun oproeping of dagvaarding schadeloosstelling van het Rijk door de officier van justitie te begroten overeenkomstig het bij en krachtens de Wet griffierechten burgerlijke zaken bepaalde.
11. De raad van discipline behandelt de klacht in een openbare zitting. De raad kan om gewichtige redenen bevelen dat de behandeling geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaatsvinden.
Artikel 50Onverwijld verzenden afschrift van de beslissingen
1. De griffier van de raad van discipline zendt van de beslissingen van de raad bij aangetekende brief onverwijld afschrift:
a. aan de betrokken advocaat;
b. aan de deken der Nederlandse orde van advocaten;
c. aan de deken van de orde waarvan de advocaat deel uitmaakt, of, indien de betrokken advocaat de deken is, aan het in artikel 23, eerste lid, bedoelde lid van de raad van toezicht en aan de deken naar wie de klacht ingevolge artikel 46c, vierde lid, is verwezen.
d. indien de beslissing werd gegeven krachtens een verwijzing als bedoeld in het derde lid van artikel 46a, aan de raad van discipline der orde waarvan de betrokken advocaat deel uitmaakt;
e. indien de betrokken advocaat is ingeschreven bij een raad voor rechtsbijstand en aan hem een maatregel als bedoeld in artikel 48, tweede lid, onder a tot en met d is opgelegd en de beslissing waarbij de maatregel is opgelegd in kracht van gewijsde is gegaan dan wel de raad van discipline toezending nodig acht, aan de voorzitter van de desbetreffende raad voor rechtsbijstand.
2. Indien werd beslist naar aanleiding van een klacht als bedoeld in artikel 46c, eerste lid, wordt ook aan de klager bij aangetekende brief een afschrift van de beslissing gezonden.
Artikel 50aKosten voorzitterschap komen ten laste van de staat
1. Bij ministeriële regeling aangewezen kosten die verbonden zijn aan het voorzitterschap en het plaatsvervangend voorzitterschap komen ten laste van de staat.
2. De reis- en verblijfkosten van de leden-advocaten en de plaatsvervangende leden-advocaten van de raad van discipline en van de griffier worden vergoed en komen ten laste van de Nederlandse orde van advocaten.
Artikel 51Hof van discipline is gevestigd in hoofdplaats ressort
1. Het hof van discipline is gevestigd in de hoofdplaats van een ressort. Het hof kan uit zijn midden kamers vormen voor het vervullen van zijn taak. Kamers kunnen ook buiten de vestigingsplaats zitting houden. Het hof bestaat uit ten hoogste tien door Ons benoemde leden, waaronder de voorzitter en ten hoogste zes plaatsvervangende voorzitters, en vier leden-advocaten, alsmede uit door Ons benoemde plaatsvervangende leden en plaatsvervangende leden-advocaten, tot het door Ons, onderscheidenlijk door het college van afgevaardigden nodig geachte aantal.
2. De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters en de overige door Ons benoemde leden en plaatsvervangende leden worden voor de tijd van vijf jaren benoemd uit leden van de rechterlijke macht, met rechtspraak belast. De leden-advocaten en plaatsvervangende leden-advocaten worden door het college van afgevaardigden voor de tijd van vijf jaren gekozen.
3. Het hof van discipline benoemt en ontslaat zijn griffier en voorziet in zijn vervanging bij verhindering of afwezigheid.
4. De leden-advocaten, plaatsvervangende leden-advocaten en de griffier van het hof van discipline kunnen niet gelijktijdig zijn lid van de algemene raad of lid-advocaat of plaatsvervangend lid-advocaat van een raad van discipline.
Artikel 52Aftreden leden met ingang van de eerstvolgende maand
1. De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters en de leden en plaatsvervangende leden treden af met ingang van de eerstvolgende maand nadat zij de leeftijd van zeventig jaren hebben bereikt. Indien op dat tijdstip hun ambtstermijn nog niet is verstreken, kunnen zij, op eigen verzoek, in functie blijven tot het tijdstip dat de ambtstermijn is beëindigd.
2. Tussen de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters, de leden, plaatsvervangende leden en de griffier mag geen bloed- of aanverwantschap tot en met de derde graad bestaan. Tussen de leden-advocaten en de plaatsvervangende leden-advocaten mag voorts niet bestaan een maatschap of ander duurzaam samenwerkingsverband tot het uitoefenen van het beroep van advocaat of de verhouding van werkgever tot werknemer.
Artikel 53Vereisten verkiesbaarheid advocaten
1. Als leden-advocaten en plaatsvervangende leden-advocaten van het hof van discipline zijn slechts verkiesbaar advocaten, die langer dan zeven jaren binnen het Rijk de praktijk hebben uitgeoefend en die de ouderdom van zeventig jaren nog niet hebben bereikt.
2. De stemming geschiedt schriftelijk en voor elk lid afzonderlijk.
3. De plaatsvervangende leden van het hof nemen zitting in volgorde van benoeming of verkiezing.
4. Leden van de algemene raad of van een raad van toezicht, die tot lid of plaatsvervangend lid van het hof van discipline zijn gekozen, treden bij het aanvaarden dezer functie af als lid van de betrokken raad. Leden-advocaten of plaatsvervangende leden-advocaten van een raad van discipline, die tot lid of plaatsvervangend lid van het hof van discipline zijn gekozen, treden bij het aanvaarden dezer functie af als lid-advocaat onderscheidenlijk plaatsvervangend lid-advocaat van de raad van discipline.
Artikel 54Reikwijdte bepalingen
1. Het in de artikelen 46c, tweede lid, 46d, tweede lid, 46f, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden en plaatsvervangende leden van het hof van discipline.
2. De leden-advocaten en plaatsvervangende leden-advocaten kunnen worden ontslagen op de gronden aangegeven in de artikelen 46c, tweede lid, 46d, tweede lid, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste en derde lid, en 46m van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. Daarnaast vervalt het lidmaatschap van de leden-advocaten en de plaatsvervangende leden-advocaten van rechtswege indien zij hebben opgehouden advocaat te zijn.
3. De artikelen 13a, 13b, uitgezonderd het eerste lid, onderdelen b en c, en vierde lid, en 13c tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatie zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van de leden en de plaatsvervangende leden, met dien verstande dat:
a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van het hof van discipline; en
b. de procureur-generaal niet verplicht is aan het verzoek, bedoeld in artikel 13a, te voldoen, indien de verzoeker redelijkerwijs onvoldoende belang heeft bij een onderzoek als bedoeld in datzelfde artikel.
Artikel 55Waken tegen nodeloze vertraging van onderzoek
1. Het hof van discipline waakt tegen nodeloze vertraging van het onderzoek door de raden van discipline.
2. Het kan zich de stukken doen overleggen en een termijn stellen, binnen welke de beslissing moet zijn genomen.
3. Indien een raad van discipline hieraan niet voldoet, kan het hof de behandeling van de zaak aan zich trekken en in het hoogste ressort beslissen.
De advocatenwet is voor het laatst geactualiseerd op: 11 oktober 2011.
De status van deze wet is: zeer goed.
Klik hier voor meer informatie.
Uwwet.nl