Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-
Burgerlijk wetboek - boek 1 - personenrecht en familierecht
artikel 209 - rechtspraak

LJN: BB5084, Hoge Raad , R06/143HR

Datum uitspraak: 21-12-2007
Rechtsgebied: Personen-en familierecht
Inhoudsindicatie: Familierecht. Betwisting van afstamming; staat (niet) overeenkomstig de geboorteakte (art. 1:209 BW); afwijzing verzoek tot gegrondverklaring van de betwisting van afstamming in strijd met art. 8 EVRM?





Uitspraak

21 december 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/143HR
MK

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,

t e g e n

[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerster].





1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 4 oktober 2005 ter griffie van de rechtbank Almelo ingediend verzoekschrift heeft [verweerster] zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de door haar gedane betwisting van afstamming van [verzoeker] gegrond te verklaren, te bepalen dat [verzoeker] geen kind is van [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) maar van [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]) en de ambtenaar van de burgerlijke stand te gelasten de uitspraak, zodra deze in kracht van gewijsde is gegaan, in de registers in te schrijven. [Verzoeker] heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 14 december 2005 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Arnhem.
Bij beschikking van 25 juli 2006 heeft het hof de beschikking van de rechtbank vernietigd, voor zover daarbij de verzoeken van [verweerster] tot gegrondverklaring van de betwisting van de afstamming van [verzoeker] en tot inschrijving in de registers zijn afgewezen, en in zoverre opnieuw beschikkende, de betwisting door [verweerster] van de afstamming van [verzoeker] volgens diens geboorteakte gegrond verklaard en de ambtenaar van de burgerlijke stand gelast de beschikking, zodra deze in kracht van gewijsde is gegaan, in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand. Het hof heeft de beschikking van de rechtbank, voor zover daarbij het verzoek van [verweerster] te bepalen dat [verzoeker] geen kind is van [betrokkene 1] doch van [betrokkene 2] is afgewezen, bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.





2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bekrachtiging van de beschikking van de rechtbank van 14 december 2005.
De advocaat van [verweerster] heeft bij brief van 18 oktober 2007 op die conclusie gereageerd.





3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Zowel [verzoeker] als [verweerster] zijn geboren uit [de moeder] (hierna: de moeder). De moeder is op 13 januari 1950 gehuwd met [betrokkene 1] Uit dit huwelijk is op [geboortedatum] 1950 [verweerster], thans verweerster in cassatie, geboren en op [geboortedatum] 1951 haar broer [betrokkene 3].
(ii) Omstreeks november 1955 heeft de moeder [betrokkene 1] verlaten. Bij vonnis van de rechtbank te Almelo van 7 november 1956 is tussen de moeder en [betrokkene 1] echtscheiding uitgesproken, welk vonnis in december 1956 in de registers van de burgerlijke stand is ingeschreven.
(iii) Op [geboortedatum] 1957 is [verzoeker], thans verzoeker tot cassatie, geboren. De akte van geboorte vermeldt dat hij is geboren uit "[de moeder] (...), sedert achtentwintig december des vorigen jaars gescheiden van echt van [[betrokkene 1]] (...), welke laatste verhinderd is aangifte te doen." Aangezien [verzoeker] werd geboren binnen 300 dagen na de ontbinding van het huwelijk tussen de moeder en [betrokkene 1], verkreeg [verzoeker] - wiens geslachtsnaam bij zijn geboorte [verweerster] was - op de voet van art. 310 (oud) BW juridisch de staat van wettig kind van [betrokkene 1]
(iv) Op 9 november 1957 is de moeder gehuwd met [betrokkene 2], die de biologische vader was van [verzoeker]. Bij Koninklijk Besluit van 11 november 1963 is de geslachtsnaam van [verzoeker] op verzoek van de moeder gewijzigd van [verweerster] in [verzoeker].
(v) Op 15 december 2003 is [betrokkene 1] overleden zonder bij testament over zijn vermogen te hebben beschikt.

3.2 In dit geding betwist [verweerster] het bestaan van de familierechtelijke rechtsbetrekking tussen haar vader, [betrokkene 1], en [verzoeker]. Zij heeft de rechtbank verzocht - voor zover in cassatie nog van belang - deze betwisting van afstamming gegrond te verklaren en aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te gelasten de uitspraak in de registers in te schrijven zodra deze in kracht van gewijsde is gegaan.
De rechtbank heeft het verzoek afgewezen, en heeft daartoe overwogen dat de akte van de burgerlijke stand die de juridische afstammingsrelatie van [verzoeker] vermeldt juist is omdat [verzoeker] binnen 300 dagen na de ontbinding van het huwelijk van [betrokkene 1] en de moeder en vůůr het huwelijk van de moeder en [betrokkene 2] is geboren. Voor het betwisten van de juridische afstammingsrelatie, indien die niet met de biologische werkelijkheid overeenkomt, is in de wet de procedure tot ontkenning van het vaderschap opgenomen. [Betrokkene 1] heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt en de termijn waarbinnen hij dat had kunnen doen was vůůr zijn overlijden al verstreken. Voor de dochter bestaat die mogelijkheid niet meer, noch naar het destijds geldende recht, noch naar huidig recht, aldus de rechtbank.

3.3 In hoger beroep heeft het hof de beschikking van de rechtbank vernietigd en de zojuist vermelde verzoeken van [verweerster] alsnog toegewezen. Daartoe overwoog het hof, samengevat, als volgt.
- Een geboorteakte en daarmee overeenkomstig bezit van staat tezamen stellen jegens anderen dan het kind de afstamming onomstotelijk vast, maar indien afstamming volgens de geboorteakte en het bezit van staat niet overeenstemmen kan de werkelijke, met de geboorteakte strijdige staat door anderen wel worden ingeroepen (rov. 4.4).
- Partijen debatteren over de betekenis van een staat overeenkomstig de geboorteakte. In de uitspraak van de Hoge Raad van 7 november 2003, nr. R02/094, NJ 2004, 98, is bezit van staat aldus omschreven: "Ingevolge [art. 1:209 BW] geldt immers dat indien de (...) wijze waarop iemand met een zekere duurzaamheid aan het maatschappelijk verkeer deelneemt naar zijn uiterlijke vorm erop duidt dat hij in een bepaalde familiebetrekking staat tot een ander en deze uiterlijke vorm strookt met de vermelding dienaangaande in de geboorteakte van de betrokkene, de rechtszekerheid meebrengt dat de juistheid van de desbetreffende vermelding in de geboorteakte niet met succes door een derde kan worden betwist". Volgens het hof gaat het hier dus niet om biologische maar om maatschappelijk sociale feiten (rov. 4.5).
- [Verweerster] heeft een verscheidenheid aan feiten en omstandigheden gesteld, die erop neerkomen dat [verzoeker] steeds aan het maatschappelijk verkeer heeft deelgenomen en deelneemt op een wijze die naar zijn uiterlijke vorm erop duidt dat hij de zoon is van [betrokkene 2] [verzoeker] heeft al deze feiten en omstandigheden niet bestreden. Er kan dan ook van worden uitgegaan dat de staat van [verzoeker], namelijk dat hij de zoon is van [betrokkene 2], niet in overeenstemming is met de geboorteakte waarin [betrokkene 1] als zijn vader is geregistreerd. Daarmee is het verzoek van [verweerster] tot gegrondverklaring van haar betwisting van de afstamming van [verzoeker] volgens diens geboorteakte toewijsbaar. De vermelding van de afstammingsrelatie in de geboorteakte overeenkomstig art. 310 (oud) BW staat daaraan niet in de weg (rov. 4.6 - 4.7).

3.4 Onderdeel A van het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.5 Naar aanleiding van onderdeel B wordt als volgt overwogen.
De in art. 1:209 BW vermelde regel brengt mee dat iemands afstamming volgens zijn geboorteakte door een ander slechts kan worden betwist indien de betrokkene niet een staat overeenkomstig zijn geboorteakte heeft. Daarbij moet onder "een staat (niet) overeenkomstig zijn geboorteakte" worden verstaan dat de wijze waarop iemand met een zekere duurzaamheid aan het maatschappelijk verkeer deelneemt naar zijn uiterlijke vorm (niet) strookt met de vermelding dienaangaande in de geboorteakte van de betrokkene; vgl. de hiervoor in 3.3 weergegeven beschikking van de Hoge Raad van 7 november 2003. In genoemde beschikking ging het om de vraag of die uiterlijke vorm overeenstemde met de kantmelding in de geboorteakte dat de betrokkene was erkend door een bepaald persoon.
In het onderhavige geval evenwel vermeldt de geboorteakte slechts dat [verzoeker] op [geboortedatum] 1957 is geboren uit de moeder, en dat kort tevoren het huwelijk van de moeder met [betrokkene 1] door echtscheiding was ontbonden. Voor een gegronde betwisting (door een ander dan [verzoeker]) van diens afstamming volgens de geboorteakte is derhalve nodig, dat komt vast te staan dat de wijze waarop [verzoeker] met een zekere duurzaamheid aan het maatschappelijk verkeer deelneemt naar zijn uiterlijke vorm niet strookt met de in de akte vermelde gegevens, en dat die gegevens ook daadwerkelijk onjuist worden bevonden. Anders dan het hof heeft aangenomen gaat het derhalve niet om de vraag of die uiterlijke vorm strookt met het (wettelijk) vaderschap van [betrokkene 1]; het vaderschap van [betrokkene 1] is immers niet een in de akte vermeld gegeven, maar een door de wet (art. 310 (oud) BW) aan de in de akte vermelde gegevens verbonden rechtsgevolg.

3.6 Nu niet is gesteld of gebleken dat de in de geboorteakte van [verzoeker] vermelde gegevens onjuist zijn, kan het op art. 1:209 BW gebaseerde verzoek van [verweerster] tot gegrondverklaring van haar betwisting van de afstamming van [verzoeker] niet worden toegewezen. De hierop gerichte klachten van onderdeel B zijn gegrond. Het onderdeel behoeft voor het overige geen behandeling. De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen. [Verweerster] heeft in hoger beroep nog aangevoerd dat het afwijzen van haar verzoek tot gegrondverklaring van de betwisting van de afstamming van [verzoeker] een ontoelaatbare inmenging oplevert in haar door art. 8 EVRM beschermde familie- en gezinsleven. Zij stelt daartoe dat zij met [verzoeker] altijd "een familie- en gezinsleven heeft gehad als halfbroer en halfzus" en dat er nimmer een familie- en gezinsleven is geweest als broer en zuster. Door afwijzing van haar verzoek wordt echter tegen haar wensen in "een gezinsleven als broer en zuster gecreŽerd". Dit betoog faalt. De enkele omstandigheid dat gebleken is dat [verzoeker] - anders dan waarvan [verweerster] voorheen is uitgegaan - niet een halfbroer maar volgens de wet een broer van [verweerster] is, en dat [verweerster] daartegen niet kan opkomen door middel van een beroep op art. 1:209 BW, is onvoldoende om een inbreuk op haar door art. 8 EVRM gewaarborgde rechten en vrijheden aan te nemen.





4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van het gerechtshof Arnhem van 25 juli 2006;

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Almelo van 14 december 2005;

compenseert de proceskosten in hoger beroep en in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.





Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 december 2007.

-
-
WWW.UWWET.nl
Sinds 2009. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl