Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-

- rechtspraak

LJN: BN0291, Rechtbank Roermond , 100421 / FA RK 10-512

Datum uitspraak: 07-07-2010
Inhoudsindicatie: Afwijzing verzoek tot (stiefouder)adoptie; Vader spreekt verzoek tot adoptie tegen; Niet gebleken is dat de vader misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot tegenspraak; Er zijn minder ingrijpende maatregelen.





Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND
Sector civielrecht

Zaaknummer: 100421 / FA RK 10-512

Beschikking van 07 juli 2010 betreffende adoptie

in de zaak van:

[adoptant],
hierna ook te noemen de adoptant,
wonende te [woonplaats], [adres],
advocaat: mr. M.M. Setiaman.

Als belanghebbenden merkt de rechtbank - naast de betreffende minderjarige
[belanghebbende], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003 - aan:

[de moeder van het kind], echtgenote van adoptant en de moeder,
hierna ook te noemen de moeder van het kind,
eveneens wonende te [woonplaats], [adres].

en

[de vader],
hierna ook te noemen de vader,
verblijvende in de Penitentiaire Inrichting te Roermond,
advocaat: mr. C. Schouten.





1. Het verloop van de procedure

1.1. Dit blijkt uit het volgende:
- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 8 april 2010;
- de mondelinge behandeling, welke heeft plaatsgevonden op 4 juni 2010 en waarbij zijn verschenen:
? de adoptant, bijgestaan door mr. Setiaman,
? de vader, bijgestaan door mr. Schouten,
? de moeder,
? een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming.
Mr. Schouten heeft ter zitting een verweerschrift overgelegd.





2. De vaststaande feiten

2.1. De buitenhuwelijkse relatie van vader en moeder is beŽindigd. Vader heeft de minderjarige erkend. De moeder heeft alleen het gezag over de minderjarige.
De moeder is in 2006 gehuwd met de adoptant.





3. Het verzoek

3.1. Het verzoek houdt in dat de rechtbank de adoptie zal uitspreken van het kind [belanghebbende], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003, door de adoptant met de bepaling dat voormeld kind de naam [...] zal hebben.

3.2. Door en namens de adoptant wordt gepersisteerd bij het verzoek en daartoe aangevoerd dat adoptant samen met de moeder, hun twee kinderen en [de belanghebbende] een gezin vormen. [de belanghebbende] heeft er last van dat hij een andere geslachtsnaam heeft dan de overige gezinsleden en ziet de adoptant als zijn vader.
Er is nauwelijks contact geweest tussen [de belanghebbende] en zijn (biologische) vader.
Moeder heeft ook niet met hem en [de belanghebbende] in gezinsverband samengeleefd zoals de vader stelt in zijn verweerschrift. De moeder heeft alle contacten met de vader afgehouden, omdat hij een alcoholprobleem heeft en agressief is. De vader heeft [de belanghebbende] voor het laatst gezien in 2005 en niet in 2009 zoals hij zelf stelt.





4. Het verweer

4.1. Vader bestrijdt dat hij alcoholproblemen heeft. Vader was wel drugsverslaafd, maar is nu clean. Volgens vader is hij uit verdriet van het mislukken van de relatie met moeder en het geen contact hebben met [de belanghebbende] drugs gaan gebruiken. Vader heeft eerder overwogen om een omgangsregeling te vragen, maar heeft dit uiteindelijk niet gedaan. De vader zit thans gedetineerd. De vader wil in de toekomst een rol in het leven van [de belanghebbende]. De vader staat overal voor open.





5. Het oordeel van de rechtbank

5.1. Namens de raad is naar voren gebracht dat het voor de raad lastig is om te adviseren over het verzoek tot adoptie.

5.2. Vooropgesteld dient te worden dat bij adoptie juridisch ouderschap wordt gecreŽerd en alle juridische banden met de oorspronkelijk ouder worden verbroken. Dit maakt dat adoptie met veel waarborgen moet zijn omgeven. Ingevolge artikel 1:227 derde lid kan het verzoek tot adoptie alleen worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden genoemd in artikel 228, wordt voldaan.

De rechtbank zal eerst de voorwaarde voor adoptie genoemd in artikel 228, lid 1 sub d, bespreken. Daarin is bepaald dat een voorwaarde voor adoptie is dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt.





Ter beoordeling ligt voor de vraag of op dit moment aan de tegenspraak van de vader voorbij kan worden gegaan.

Artikel 228, tweede lid van Boek 1 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat aan de tegenspraak van de vader voorbij kan worden gegaan indien:
a. de minderjarigen en de vader niet of nauwelijks in gezinsverband hebben samengeleefd, of
b. de vader het gezag over de minderjarigen heeft misbruikt of de verzorging en opvoeding van de minderjarigen op grove wijze heeft verwaarloosd, of
c. de vader onherroepelijk is veroordeeld wegens het plegen tegen de minderjarigen van een van de misdrijven, omschreven in de titels XIII tot en met XV en XVIII tot en met XX van het tweede boek van het Wetboek van Strafrecht.

De onder sub a tot en met c genoemde mogelijkheden aan de rechter om het ouderlijk vetorecht te negeren betreft een bevoegdheid van de rechter en geen verplichting.
Ook als voldaan is aan voormelde mogelijkheden kan de rechter beslissen niet aan de tegenspraak van de ouders(s) voorbij te gaan. Aan de mogelijkheden onder sub b en c is in ieder geval niet voldaan. Voor wat betreft de mogelijkheid onder sub a stelt de rechtbank vast dat de standpunten van de vader daarover enerzijds en die van de adoptant en de moeder anderzijds lijnrecht tegen over elkaar staan. Volgens de vader heeft hij samen met de moeder en [de belanghebbende] na de geboorte van [de belanghebbende] in gezinsverband samengewoond, hetgeen betreden is door de moeder en de raadsvrouwe van de adoptant.
Wat daar ook van moge zijn en hoe begrijpelijk ook de wens van de adoptant en de moeder is om na jaren van het samen verzorgen en opvoeden van [de belanghebbende] het verzoek tot adoptie (door adoptant) in te dienen, zal de rechtbank het verzoek toch afwijzen.
Van belang is hierbij dat stiefouderadoptie in alle opzichten een verstrekkende beslissing is.
De vader heeft de wens geuit om in de toekomst een rol in het leven van [de belanghebbende] te hebben en iets voor hem te kunnen betekenen. De rechtbank is niet gebleken dat de vader misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot tegenspraak. Niet gebleken is dat de vader zijn bevoegdheid enkel gebruikt om een ander te schaden, dat hij geen enkel te respecteren belang nastreeft of dat hij, het door hem gestelde belang en het belang van [de belanghebbende] bij de adoptie in aanmerking genomen, in redelijkheid niet tot uitoefening van zijn recht op tegenspraak heeft kunnen komen.
Verder weegt voor de rechtbank mee dat er met minder ingrijpende maatregelen de belangen van [de belanghebbende] kunnen worden gediend door een verzoek in te dienen tot gezamenlijk gezag en geslachtsnaamwijziging als bedoeld in artikel 1:253t BW. Die maatregel is minder verstrekkend dan adoptie doordat de familierechtelijke band tussen de vader en de minderjarigen - in tegenstelling tot wat het geval is bij adoptie - niet definitief wordt verbroken.
Nu het verzoek tot adoptie zal worden afgewezen, zal op grond van het bepaalde in artikel 5 lid 3 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek eveneens het verzoek worden afgewezen om te bepalen dat de geslachtsnaam van de minderjarige [...] zal zijn.

Dit leidt tot de volgende beslissing.





6. De beslissing

De rechtbank:

6.1. wijst af het verzoek tot adoptie en geslachtsnaamwijziging.





Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. Wassenberg en ter openbare terechtzitting van 07 juli 2010 uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.
no

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is gew

-
-
WWW.UWWET.nl
Sinds 2009. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl