Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-

- rechtspraak

LJN: BM7569, Rechtbank Dordrecht , 85110 / JE RK 10-45

Datum uitspraak: 09-06-2010
Inhoudsindicatie: Benoeming bijzonder curator in geschil tussen gezinsvoogdij-instelling, (stief) ouders en pleegouders omtrent verblijfplaats minderjarigen, en daarmee samenhangend de (on) begeleide contactregeling met de (stief)ouders.





Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT
Sector civiel recht

kenmerk: 85110 / JE RK 10-45

beschikking van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2010

met betrekking tot de minderjarigen:

[zoon],
geboren op 12 oktober 1997 te Bergen op Zoom,
wonende [adres], 3313 XL Dordrecht,
verblijvende [verblijfadres],

en

[dochter],
geboren op 3 november 2000 te Bergen op Zoom,
wonende [adres], 3313 XL Dordrecht,
verblijvende [verblijfadres].

Belanghebbenden zijn:
- Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland,
gevestigd te 3311 RH Dordrecht,
Kromhout 120,
- [moeder], de moeder,
wonende te 3313 XL Dordrecht,
[adres],
- [(stief)vader], de (stief)vader,
wonende te 3313 XL Dordrecht,
[adres],
- [biol.vader], de biologische vader van [zoon]
wonende te 4634 VP Woensdrecht,
[adres ],
advocaat: mr. E.R. Moes (Bergen op Zoom),
- [pleegvader], de pleegvader,
wonende te [woonplaats],
[adres],
- [pleegmoeder], de pleegmoeder,
wonende te [woonplaats],
[adres].





1. Het procesverloop

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:
- het verzoek van pleegouders, ingekomen ter griffie op 20 januari 2010;
- het e-mail bericht van BJZ, met voorgaande e-mail berichten als bijlagen, ingekomen ter griffie op 1 februari 2010;
- het e-mail bericht van BJZ, met voorgaande e-mail berichten als bijlagen, ingekomen ter griffie op 2 februari 2010;
- de brief van de [minderjarige], ingekomen ter griffie op 1 februari 2010;
- de brief van de [minderjarige], ingekomen ter griffie op 2 februari 2010;
- het faxbericht van de advocaat van [biol.vader], ingekomen ter griffie op 3 februari 2010;
- het proces-verbaal van deze rechtbank van 3 februari 2010, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd;
- de brief van pleegouders, ingekomen ter griffie op 26 maart 2010;
- de brief van BJZ, ingekomen ter griffie op 6 april 2010;
- de brief van pleegouders, ingekomen ter griffie op 20 april 2010;
- de brief van pleegouder, ingekomen ter griffie op 10 mei 2010.

Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling op 12 mei 2010 zijn verschenen en gehoord:
- de gezinsvoogd van Bureau Jeugdzorg (hierna: BJZ), mevrouw C. van Es vergezeld door haar collega mevrouw S. Kassir;
- de moeder, [moeder];
- de (stief)vader, [(stief)vader];
- de pleegmoeder, [pleegmoeder];
- de pleegvader, [pleegvader];
- de (biologische)vader van [zoon], [biol.vader].





2. De vaststaande feiten

Op de datum van de indiening van het verzoek is uit de overgelegde stukken het navolgende gebleken:
- de moeder heeft het gezag over [zoon];
- [biol.vader] heeft [zoon] erkend;
- de moeder heeft het gezag over [dochter];
- de vader heeft [dochter] erkend;
- de minderjarigen zijn met ingang van 11 november 2009 voor de duur van ťťn jaar onder toezicht gesteld;
- de minderjarigen zijn met ingang van 11 november 2009 voor de duur van ťťn jaar uit huis geplaatst;
- de minderjarigen verblijven in het pleeggezin van de familie [pleegouders].





3. De beoordeling

Het gaat in deze zaak om de kinderen [zoon] en [dochter]. Zij verblijven sinds de zomer van 2008 in het pleeggezin. In eerste instantie woonden er drie kinderen van de moeder en de (stief)vader in het pleeggezin van de familie [pleegouders]. Aanvankelijk verbleven de kinderen op vrijwillige basis in het pleeggezin en verliep de samenwerking tussen ouders en pleegouders goed. In de zomer van 2009 is hier echter verandering in gekomen. Ouders zijn van mening dat de drie kinderen weer thuis geplaatst kunnen worden. De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: Raad) heeft als reactie hierop een verzoek ingediend om de kinderen onder toezicht te stellen en uit huis te plaatsen in een pleeggezin. De Raad heeft in zijn onderzoek gesteld dat hoewel is gebleken dat ouders veel van de kinderen houden de opvoedingssituatie bij hen onvoldoende stabiel wordt geacht gezien de ambivalente houding van ouders. Op 11 november 2009 is door deze rechtbank een machtiging verleend om de kinderen uit huis te plaatsen. [minderjarige] is vervolgens in een loyaliteitsconflict geraakt en hij is op eigen verzoek in een ander pleeggezin geplaatst.
De tijdelijke gezinsvoogd heeft rond november 2009 besloten dat er voortaan onbegeleide bezoeken tussen de ouders en de kinderen plaatsvinden. Pleegouders pleiten echter in het belang van [zoon] en [dochter] voor begeleide bezoeken tussen de kinderen en hun ouders. Pleegouders zijn van mening dat ouders tijdens de onbegeleide bezoeken- bewust of onbewust- boodschappen aan de kinderen doorgeven die de pleegzorgplaatsing bij hen verstoort. Dit heeft naar hun mening al geleid tot een voortijdige en conflictueuze beŽindiging van het verblijf van [minderjarige], die al zeven jaar in het pleeggezin verbleef. Pleegouders hebben bemerkt dat met name [zoon] moeite heeft met de situatie en zij achten een voortgezette plaatsing niet in het belang van de kinderen als deze regelmatig wordt verstoord door de impact die de onbegeleide bezoeken op de kinderen heeft. Pleegouders hebben gesteld dat de plaatsing van [zoon] en [dochter] beŽindigd dient te worden indien BJZ niet instemt met begeleide bezoeken. BJZ heeft belanghebbenden begin januari 2010 laten weten de plaatsing van de kinderen in het pleeggezin van de familie [pleegouders] te beŽindigen omdat niet tegemoet kan worden gekomen aan de voorwaarde van pleegouders om de bezoeken alleen begeleid te laten plaatsvinden. Stichting AZZ pleegzorg Zeeland heeft BJZ in zijn mail van 14 januari 2010 en de pleegouders in een telefoongesprek te kennen gegeven dat zij de samenwerking met het pleeggezin opzeggen. Bij brief van 20 januari 2010 hebben de pleegouders als reactie op deze beslissing een verzoek tot schorsing van deze beslissing tot de kinderrechter gericht. Pleegouders verzoeken de rechtbank om de plaatsing van de kinderen bij hen veilig te stellen.

De rechtbank heeft het verzoek van pleegouders beschouwd als een verzoek ex-artikel 1:263 Burgerlijk Wetboek. Op 3 februari 2010 heeft de eerste zitting plaatsgevonden. De zitting is op verzoek van BJZ aangehouden om in een bemiddelingsgesprek met de nieuwe gezinsvoogd te trachten partijen nader tot elkaar te brengen. Dit gezamenlijk gesprek zou in eerste instantie op 25 maart 2010 plaatsvinden. Bureau Jeugdzorg heeft echter besloten om dit gesprek niet door te laten gaan wegens de zorg dat het een zeer emotioneel gesprek zou worden die de samenwerking tussen ouders en pleegouders niet ten goede zou komen. Op 12 mei 2010 is de zitting voortgezet. Tijdens deze zitting is duidelijk geworden dat de verstandhouding tussen ouders en pleegouders ernstig verstoord is. Tevens is het vertrouwen tussen pleegouders, ouders en BJZ geschaad en is er bij de kinderen sprake van een groot loyaliteitsconflict.

De kinderrechter ziet daarom aanleiding om een bijzondere curator te benoemen. Volgens artikel 1:250 Burgerlijk Wetboek kan de rechter op verzoek of ambtshalve een bijzondere curator benoemen in bij hem aanhangige zaken waarbij een minderjarige rechtstreeks is betrokken. De kinderrechter acht het in het belang van de kinderen noodzakelijk dat een bijzondere curator wordt benoemd die de belangen van [zoon] en [dochter] in dezen kan behartigen en hen zowel in als buiten rechte kan vertegenwoordigen. De heer dr. P.M. van den Bergh, verbonden aan de universiteit van Leiden, zal worden benoemd tot bijzondere curator. Hij dient bij zijn taakvervulling de vraag te betrekken of het in het belang van [zoon] en [dochter] is om de pleegzorgplaatsing bij de familie [pleegouders] voort te zetten. Indien het antwoord op de vraag bevestigend is dient hij voorts aandacht te besteden aan de vraag in welke vorm de relatie tussen moeder, (stief)vader en de biologische vader van [zoon] vormgegeven dient te worden. Met betrekking tot de kosten van zijn werkzaamheden overweegt de rechtbank als volgt. Nu de onderhavige bijzondere curator niet behoort tot de in artikel 13 van de Wet op de rechtsbijstand genoemde personen, zal de rechtbank bepalen dat deze kosten dienen te worden voorgeschoten door de griffier van dit gerecht. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat de bijzondere curator de griffier desgevraagd heeft meegedeeld dat hij werkzaam is tegen een uurtarief van Ä 100,- exclusief BTW en
Ä 2,59 per retourkilometer. De rechtbank zal derhalve bepalen dat deze kosten op vertoon van een specificatie tot een maximaal bedrag van Ä 3000,- inclusief BTW door de griffier uit ís Rijks kas aan de bijzondere curator zullen worden uitbetaald.

De kinderrechter gaat er voorts vanuit dat BJZ zich houdt aan haar toezeggen de status-quo ten aanzien van de verblijfplaats van [zoon] en [dochter] in afwachting van een definitieve beslissing van de rechtbank voorlopig te zullen handhaven en de bezoeken tussen de ouders en de kinderen begeleid te laten plaatsvinden.

De zaak worden aangehouden tot de schriftelijk rolzitting familiezaken van vrijdag 27 augustus 2010, met aan de bijzondere curator het verzoek als dan te rapporteren en te adviseren dan wel te informeren omtrent de stand van zaken van het onderzoek.





4. De beslissing

De rechtbank:

benoemt tot bijzonder curator de heer dr. P.M van den Bergh, orthopedagoog, kantoorhoudende te Leiden, Lammenschansweg 103, 2313 DL, teneinde de minderjarigen [zoon] en [dochter] te vertegenwoordigen;

bepaalt dat de kosten van de bijzondere curator, die een bedrag ter hoogte van Ä 3.000,-- inclusief BTW niet te boven zullen gaan, ten laste komen van ís Rijks kas;

verwijst de zaak naar de schriftelijke rolzitting familiezaken van vrijdag 27 augustus 2010, met aan de bijzondere curator het verzoek als dan te rapporteren en te adviseren dan wel te informeren omtrent de stand van zaken van het onderzoek;

houdt iedere overige beslissing aan.





Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.M.J. Janssen en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 9 juni 2010.

-
-
WWW.UWWET.nl
2011. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl