Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-
Burgerlijk wetboek - boek 1 - personenrecht en familierecht
artikel 253t - rechtspraak

Onderwerp: GEZAMENLIJK GEZAG VAN DE MOEDER EN HAAR NIEUWE PARTNER

Datum uitspraak: 09-04-2004
Rechtsgebied: Personen-en familierecht



De belangrijkste passage van de uitspraak en/of conclusie:
Daarmee heeft het hof, gelet op het uitgangspunt van de wetgever in het nieuwe afstammingsrecht meer aansluiting te zoeken bij de biologische werkelijkheid, geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Daarbij is tevens in aanmerking te nemen, dat, zoals is uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.6 en 2.7, aan de erkenning thans minder vergaande rechtsgevolgen zijn verbonden dan voorheen en de voortzetting van het feitelijke gezinsleven van het kind met de moeder en haar nieuwe partner, ook zonder dat deze het kind erkent, wordt beschermd door de mogelijkheid van gezamenlijk gezag van de moeder en haar nieuwe partner ingevolge art. 1:253t BW. Voorts valt daarbij te bedenken dat, ingeval van gezamenlijk gezag van de moeder en haar nieuwe partner, bij overlijden van de moeder gedurende de minderjarigheid van het kind de nieuwe partner ingevolge art. 1:253x lid 1 BW van rechtswege de voogdij over het kind zal hebben. Het oordeel van het hof is in het licht van de stellingen van de moeder ook niet onbegrijpelijk noch onvoldoende gemotiveerd. Het hof heeft zich blijkens zijn overwegingen rekenschap gegeven dat als gevolg van zijn beslissing de erkenning door de nieuwe partner in feite ongedaan wordt gemaakt, en het behoefde tegen de achtergrond van het hiervůůr overwogene niet nader te motiveren waarom de omstandigheid dat het gezinsleven tussen de nieuwe partner van de moeder en [kind 5] ook door art. 8 EVRM wordt beschermd, de belangenafweging niet anders heeft doen uitvallen. Ook de stelling dat als de moeder geweten had dat de man de kinderen zou willen erkennen, zij geen kinderen van hem had willen hebben, noopte het hof niet tot een nadere motivering. De stelling dat de man in het verleden verslaafd is geweest aan alcohol heeft het hof ten slotte kennelijk, tegenover de betwisting daarvan door de man, onvoldoende aannemelijk geacht.


Klik hier voor de hele uitspraak.

-
-
WWW.UWWET.nl
Sinds 2009. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl