Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-
Burgerlijk wetboek, boek 1
artikel 1:262

LJN: BL9476, Gerechtshof 's-Gravenhage , 200.048.869/01

Rechtsgebied: Personen-en familierecht
Inhoudsindicatie: Ontheffing van het gezag van de moeder ten aanzien van de minderjarige. Onmacht van de moeder haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen.





Uitspraak

GERECHTSHOF s-GRAVENHAGE
Familiesector

Uitspraak : 10 maart 2010
Zaaknummer : 200.048.869/01
Rekestnr. rechtbank : FA RK 09-1488

[appellant],
wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. M.C. Buys-Zuurmond te Leiden,

tegen

de raad voor de kinderbescherming,
regio Noord-Holland,
locatie Haarlem,
hierna te noemen: de raad.

Als belanghebbende zijn aangemerkt:
1. [de vader],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de vader,
2. [de pleegouders],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de pleegouders,
3. de Stichting Bureau Jeugdzorg,
Agglomeratie Amsterdam, locatie Hoofddorp,
hierna te noemen: Jeugdzorg.
4. de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
kantoorhoudende te Diemen,
hierna te noemen: de WSS.





PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 13 november 2009 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 19 augustus 2009 van de rechtbank s-Gravenhage (hierna: de bestreden beschikking).

De raad heeft op 24 december 2009 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de moeder is bij het hof op 3 december 2009 een aanvullend stuk ingekomen.

Op 4 februari 2010 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, de vader, de heer (de pleegvader), namens de raad: [mevrouw] en namens de WSS: [mevrouw] (gezinsvoogd). De aanwezigen hebben het woord gevoerd.





PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking heeft de rechtbank - uitvoerbaar bij voorraad - de moeder ontheven van het ouderlijk gezag over [de minderjarige], geboren op [geboortedatum in] 2001 te [geboorteplaats], hierna de minderjarige. De WSS is namens jeugdzorg tot voogdes over voormelde minderjarige benoemd.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.





BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In onderhavige zaak is in geschil de ontheffing van het gezag van de moeder ten aanzien van de minderjarige.

2. De moeder verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de raad in het verzoek om de moeder, vrijwillig dan wel gedwongen, te ontheffen van het ouderlijk gezag over de minderjarige, en de WSS namens jeugdzorg tot voogdes te benoemen over de minderjarige niet-ontvankelijk te verklaren, althans dit verzoek af te wijzen, met veroordeling van de raad in de kosten van het hoger beroep.

3. De raad bestrijdt het beroep.

4. De moeder stelt zich op het standpunt dat zij in staat is om de minderjarige op te voeden en te verzorgen, nu zij haar ziekte onder controle heeft door middel van medicatie en er sprake is van een stabiel beeld, dat ook door haar psychiater bevestigd wordt. Verder kan de moeder zich niet aan de indruk onttrekken dat de raad nooit doelbewust heeft gewerkt aan terugkeer van de minderjarige bij de moeder. Zo is de omgangsregeling steeds minder frequent geworden; de minderjarige zou onrustig reageren op het bezoek van zijn ouders. De moeder is van mening dat de onrust van het grote pleeggezin waar de minderjarige verblijft een rol speelt bij de onrust die wordt ervaren na de bezoeken van de moeder aan de minderjarige. Verder acht de moeder het niet onaannemelijk dat het gedrag dat de minderjarige volgens de gezinsvoogd vertoont na haar bezoek voortkomt uit het diepgewortelde verlangen om bij zijn moeder en zijn familie te zijn. De moeder heeft ter zitting nader verklaard dat zij een goede band met de minderjarige heeft en dat die band er altijd is geweest. De moeder is van mening dat zij nooit de gelegenheid heeft gehad of gekregen om te bewijzen dat zij de minderjarige kan opvoeden. De moeder betreurt het dat de samenwerking met de gezinsvoogd niet beter verloopt.

5. De raad stelt zich op het standpunt dat er voldoende informatie beschikbaar is om te kunnen beoordelen dat het in het belang van de minderjarige is dat hij zijn verblijf in de veilige stabiele verzorgings- en opvoedingssituatie bij zijn pleegouders kan voortzetten en een thuisplaatsing bij zijn moeder een reel risico voor een belemmering van zijn ontwikkeling vormt. De raad is na onderzoek gebleken dat een ontheffing van het gezag van de moeder noodzakelijk is. De minderjarige heeft recht op duidelijkheid over zijn toekomstperspectief, het belang van de minderjarige, dat hij zich ongestoord verder kan ontwikkelen in het pleeggezin, dient te prevaleren boven het belang van de moeder om zelf de verzorging en opvoeding van de minderjarige op zich te nemen. Namens de raad is ter zitting in hoger beroep verklaard dat de minderjarige veilig is gehecht in het pleeggezin en dat het voor zijn verdere gewetensontwikkeling van belang is deze hechting in stand te laten. De moeder richt ten onrechte haar blik op het herstel van de opvoedsituatie met de minderjarige. Daarvan kan geen sprake meer zijn.

6. De vader verklaart dat hij het in het belang van de minderjarige acht dat hij in het pleeggezin blijft. De vader heeft een omgangsregeling met de minderjarige die naar behoren verloopt.

7. De WSS geeft aan dat er bij de bezoeken van de moeder aan de minderjarige naar voren is gekomen dat er sprake is van een loyaliteitsconflict. De minderjarige ervaart haar bezoeken als onveilig. Verder vertoont de minderjarige ander gedrag na een bezoek van de moeder, ook al zijn de bezoeken met regelmaat en in dezelfde ruimte met dezelfde mensen.

8. De pleegvader geeft aan dat het gelet op de problematiek van de minderjarige goed gaat in het pleeggezin. De minderjarige is op zijn gemak bij de pleegouders en hij kan zichzelf zijn. Bij vreemden weet hij zich nog geen houding te geven, maar ook dit gaat iedere keer beter.

9. Het hof overweegt als volgt. Aan het hof ligt de vraag voor of er gegronde vrees bestaat dat, na een ondertoezichtstelling van ten minste zes maanden of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde van artikel 1:262 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) van meer dan n jaar en zes maanden, deze maatregel door de ongeschiktheid of onmacht van de moeder onvoldoende is om een bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen van de minderjarige af te wenden.

10. Het hof stelt voorop dat de minderjarige een kwetsbare jongen is. De opvoerder(s) van de minderjarige heeft (hebben) bijzondere opvoedingscapaciteiten nodig om te voorzien in zijn speciale opvoedbehoeften. De minderjarige is met name kwetsbaar waar het de voorspelbaarheid van het dagelijks leven betreft. De moeder ontkent die speciale opvoedbehoeften en ook zijn kwetsbaarheid. De moeder kan hem daarin ook niet tegemoet komen en heeft onvoldoende inzicht in wat hij op dit punt nodig heeft. De gezinsvoogd heeft ter zitting aangegeven dat zij de minderjarige heeft geobserveerd bij zijn pleegouders, bij bezoek aan de vader, op school en tijdens het bezoek van de moeder. Alleen bij de laatstgenoemde bezoeken raakt de minderjarige uit zijn doen en vertoont hij zijn ijsbeer gedrag als teken van spanning en onrust. Gelet op het voorgaande komt het hof tot het oordeel dat de moeder onmachtig is haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen.

11. Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat de wettelijke gronden voor de ontheffing van het gezag van de moeder over de minderjarige aanwezig zijn, zodat de bestreden beschikking dient te worden bekrachtigd.

12. Mitsdien beslist het hof als volgt.





BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt bestreden beschikking;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.





Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Dijk, Mos-Verstraten en Van de Poll, bijgestaan door mr. Steenks als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2010.

-
-
WWW.UWWET.nl
Sinds 2009. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl