Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-

- rechtspraak

LJN: BN1962, Gerechtshof 's-Gravenhage , 200.047.391.01

Datum uitspraak: 02-06-2010
Inhoudsindicatie: (Geen) ontheffing ouderlijk gezag; beslissing vernietigd.





Uitspraak

GERECHTSHOF ís-GRAVENHAGE
Familiesector

Uitspraak : 2 juni 2010
Zaaknummer : 200.047.391/01
Rekestnr. rechtbank : F2 RK 09-328


[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. L.A. Middelkoop te Rotterdam,

tegen

raad voor de kinderbescherming,
regio Rotterdam-Rijnmond,
locatie Rotterdam,
hierna te noemen: de raad.

Als belanghebbende zijn aangemerkt:
[naam grootouders],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de grootouders.





PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 13 oktober 2009 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 21 juli 2009 van de rechtbank Rotterdam.

De raad heeft op 28 december 2009 een verweerschrift ingediend.

De grootouders hebben bij brief van 12 januari 2010 laten weten ten tijde van de mondelinge behandeling verhinderd te zijn.

Op 6 mei 2010 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en namens de raad: mevrouw A. Timmers. De aanwezigen hebben het woord gevoerd, de advocaat van de moeder onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotities.





PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is - uitvoerbaar bij voorraad - de moeder ontheven van het ouderlijk gezag over de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] (hierna: de minderjarige), en is tot voogd over die minderjarige benoemd [naam grootvader], geboren op [geboortedatum] 1945 te Rotterdam.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.





BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de ontheffing van de moeder van het ouderlijk gezag over de minderjarige.

2. De moeder verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het verzoek strekkende tot ontheffing van het ouderlijk gezag, af te wijzen.

3. De moeder stelt in haar eerste tot en met haar vijfde grief Ė kort weergegeven Ė dat de rechtbank haar ten onrechte van het ouderlijk gezag heeft ontheven. Zij betoogt, onder meer, dat niet aan de in artikel 1:268 lid 2 BW onder a genoemde eisen voor ontheffing is voldaan, dat er geen deskundigenonderzoek naar haar mogelijkheden en capaciteiten is verricht en dat zij recht heeft op de minst bezwarende wijze van inperking van haar ouderschapsrechten, te weten een verlenging van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing in plaats van een ontheffing.

4. De raad heeft gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het hof het ingestelde appel af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5. Het hof overweegt als volgt. In beginsel kan een ontheffing van het gezag niet worden uitgesproken indien de ouder zich daartegen verzet. Deze regel leidt slechts uitzondering indien na een jaar en zes maanden de gegronde vrees bestaat dat de ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing onvoldoende is om de ernstige bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen of van de gezondheid van het kind weg te nemen en dit het gevolg is van de onmacht of ongeschiktheid van de ouder om zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen. Voorts mag het belang van de minderjarige zich niet tegen een gedwongen ontheffing verzetten. Nu de moeder niet instemt met de ontheffing van het gezag, zal moeten worden beoordeeld of van een uitzondering als voormeld sprake is.

6. Door de raad wordt het verzoek tot een gedwongen ontheffing gebaseerd op het navolgende. De minderjarige is sinds augustus 2003 onder toezicht gesteld. Sinds 18 september 2004, inmiddels ruim vijf jaar, is hij uit huis geplaatst bij de grootouders moederszijde. Hij is inmiddels volledig gehecht in het pleeggezin. Daarnaast is uit psychologisch onderzoek van de minderjarige gebleken dat de minderjarige hoogbegaafd is op bepaalde gebieden en dyslexie heeft, waardoor extra zorg en inspanning nodig is bij zijn opvoeding. Ook bestaat de noodzaak van een stabiele en continue opvoedingssituatie. De raad betwijfelt of de moeder de draagkracht en vaardigheden heeft om in de specifieke behoeftes van de minderjarige te voldoen. Verder is volgens de raad gebleken dat de jaarlijkse verlengingen van de huidige maatregelen voor alle partijen spanningen meebrengen die hun weerslag hebben op de stabiliteit in de situatie van de minderjarige, zeker nu de minderjarige bijna de leeftijd van ! 12 jaar heeft bereikt, als gevolg waarvan hij opgeroepen zal worden voor verhoor door de rechter bij een eventueel verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing.

7. Het hof is met de raad van oordeel dat de minderjarige belang heeft bij stabiliteit en continuÔteit in zijn opvoedingssituatie. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is komen vast te staan dat de minderjarige zich positief ontwikkelt en dat hij het naar zijn zin heeft bij de grootouders, aan wie hij is gehecht. Er is ten aanzien van de ontwikkeling van de minderjarige niet gebleken van zorgelijk gedrag dat ertoe leidt dat verderstrekkende maatregelen in het belang van de minderjarige zijn.

8. De stelling van de raad dat verwacht wordt dat de moeder niet binnen een voor de minderjarige aanvaardbare termijn weer volledig voor de minderjarige kan zorgen, biedt naar het oordeel van het hof onvoldoende grondslag om de moeder van het gezag te ontheffen, temeer nu aan het hof niet is gebleken dat de moeder de plaatsing bij de grootouders ter discussie stelt dan wel anderszins de dagelijks te nemen beslissingen voortvloeiend uit het gezag belemmert. Het hof is zich evenwel ervan bewust dat bij gebreke van een gedwongen ontheffing sprake zal zijn van een jaarlijks periodiek terugkerend toetsingsmoment en dat dit kan leiden tot onduidelijkheid omtrent het opvoedings- en ontwikkelingsperspectief van de minderjarige. Ten aanzien van deze toetsing, die al meermalen heeft plaatsgevonden, is aan het hof niet gebleken dat de moeder zich ooit heeft verweerd in de zin dat zij heeft getracht de uithuisplaatsing tegen te houden. De moeder heeft er voldoende blijk van gegeven de g! rootouders te accepteren als pleegouders van de minderjarige, waardoor de minderjarige van deze toetsingsmomenten geen hinder behoeft te ondervinden en de periodieke toets eveneens het verdere hechtingsproces van de minderjarige niet in de weg behoeft te staan. Naar het oordeel van het hof heeft de raad onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de jaarlijkse verlengingen voor alle partijen zoveel spanningen meebrengen dat de stabiliteit in de situatie van de minderjarige niet gewaarborgd is.

9. Op grond van het vorenoverwogene, en nu de raad niet, althans onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de bedreiging van de geestelijke belangen en gezondheid van de minderjarige niet zonder ontheffing van de moeder van het gezag over de minderjarige kan worden afgewend, zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en het inleidende verzoek van de raad afwijzen.

10. Gelet op het vorenoverwogene behoeft het subsidiaire verzoek van de moeder geen bespreking meer.

11. Het hof beslist als navolgend.





BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en, in zoverre opnieuw beschikkende:

wijst het inleidend verzoek van de raad af;

draagt de griffier van het hof op van deze beslissing onverwijld mededeling te doen aan de griffier van de rechtbank te Rotterdam.





Deze beschikking is gegeven door mrs. De Haan-Boerdijk, Husson en Van der Burght, bijgestaan door mr. Vergeer-van Zeggeren als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2010.

-
-
WWW.UWWET.nl
2011. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl
a>