Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-

- rechtspraak

LJN: BN1827, Rechtbank Haarlem , AWB 09/6340 Print uitspraak

Datum uitspraak: 19-07-2010
Inhoudsindicatie: Vanaf de huwelijksdatum kan van duurzaam gescheiden leven worden gesproken





Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09 - 6340

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juli 2010

in de zaak van:

[eiseres],
wonende te [woonplaats],
eiseres,

tegen:

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank,
verweerder.





1. Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2009 heeft verweerder het met ingang van februari 2009 aan eiseres toegekende pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) voor een alleenstaande, met ingang van augustus 2009 wordt herzien naar een AOW-pensioen voor een gehuwde.
Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 5 augustus 2009 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 10 november 2009 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 17 december 2009, aangevuld bij brief van 18 maart 2010, beroep ingesteld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden.

Het beroep is behandeld ter zitting van 30 maart 2010, alwaar eiseres is verschenen en voor verweerder is verschenen mr. K. Verbeek. Voorts was aanwezig [echtgenoot], echtgenoot van eiseres, in wiens zaak met reg.nr. Awb 10/1712 heden uitspraak is gedaan zonder zitting.





2. Overwegingen

2.1 Aan eiseres - geboren 28 februari 1944 – is op 26 augustus 2008 met ingang van februari 2009 een AOW-pensioen naar de norm van een ongehuwde pensioengerechtigde toegekend. Op 16 januari 2009 is eiseres in het huwelijk getreden met [echtgenoot], geboren op 20 april 1942. Op 10 februari 2009 heeft verweerder het besluit van 26 augustus 2008 ingetrokken en aan eiseres met ingang van februari 2009 een AOW-pensioen toegekend naar de norm van een gehuwde pensioengerechtigde. Op 22 februari 2009 heeft eiseres verweerder verzocht in aanmerking te komen voor een alleenstaanden-AOW, aangezien zij duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot. Tevens heeft eiseres op 20 maart 2009 bezwaar aangetekend tegen het besluit van 10 februari 2009. Bij besluit van 25 maart 2009 heeft verweerder aan pensioen naar de norm van een ongehuwde toegekend. Eiseres heeft daarop haar bezwaar ingetrokken.

2.2 Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 15 juli 2009 heeft verweerder, gelet op de resultaten van een buitendienstonderzoek van 18 maart 2009, het AOW-pensioen van eiseres met ingang van augustus 2009 toch herzien naar de norm van een gehuwde pensioengerechtigde.

2.3 Eiseres kan zich met dit besluit niet verenigen – kort gezegd – omdat zij van mening is dat verweerder het vertrouwensbeginsel heeft geschonden en omdat verweerder ten onrechte heeft aangenomen dat er geen sprake is van duurzaam gescheiden leven.

2.4 Eiseres heeft er hierbij op gewezen dat zij en haar echtgenoot bij het huwelijk nimmer de intentie hebben gehad een echtelijke samenleving aan te gaan, niet op zakelijke gronden en niet op emotionele gronden. Eiseres leidt een zelfstandig duurzaam gescheiden leven en deze situatie is door haar ook als bestendig bedoeld. Zij hebben onregelmatig contact, zij verblijven niet ieder weekend bij elkaar en brengen ook niet elke vakantie samen door. Eiseres en haar echtgenoot hebben als enige reden voor hun huwelijk gehad de wens om voor de toekomst veilig te willen stellen dat de een, dan wel de ander, zal worden betrokken bij noodzakelijke vitale/terminale beslissingen door medische zorgverleners. Eiseres voert een strikt gescheiden financiële huishouding van haar echtgenoot. Tevens heeft eiseres gewezen op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en op de Memorie van Toelichting bij de wijziging van artikel 17 AOW in 2006.

2.5 Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat in de situatie van eiseres en haar echtgenoot niet ondubbelzinnig uit de feiten en omstandigheden is gebleken dat er sprake is van een situatie van duurzaam gescheiden leven. De contacten tussen beide echtelieden blijven niet beperkt tot een zakelijk of incidenteel karakter. Verweerder heeft zich ter onderbouwing van zijn standpunt beroepen op een viertal uitspraken van de CRvB van 19 maart 2004.
De rechtbank overweegt als volgt.

2.6 Eiseres is gehuwd zodat zij gezien moet worden als een gehuwd pensioengerechtigde. Slechts indien zij duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot moet zij op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW als een ongehuwde pensioengerechtigde worden aangemerkt.

2.7 Volgens vaste rechtspraak van de CRvB is van duurzaam gescheiden leven sprake indien ten aanzien van gehuwden de toestand is ontstaan dat, na de door beiden of een hunner gewilde verbreking van de echtelijke samenleving, ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt als ware hij niet met de ander gehuwd en deze toestand door hen beiden, althans door een hunner, als bestendig is bedoeld. Voorts heeft de Raad in zijn rechtspraak tot uitdrukking gebracht, dat in het algemeen kan worden aangenomen dat na het sluiten van een huwelijk of het aangaan van een geregistreerd partnerschap de betrokkenen de intentie hebben een echtelijke samenleving - al dan niet op termijn - aan te gaan, maar dat het niet is uit te sluiten dat onder omstandigheden vanaf de huwelijksdatum of de datum van het aangaan van een geregistreerd partnerschap, van duurzaam gescheiden leven kan worden gesproken, mits dat ondubbelzinnig uit de feiten en omstandigheden blijkt.

2.8 De rechtbank heeft er - gelezen onder andere de overwegingen in het besluit van 15 juli 2009 - nota van genomen dat verweerder bij zijn uitleg van de rechtspraak van de CRvB op het punt van het participeren in elkaars huishouding een onderscheid maakt tussen zakelijke en niet zakelijke contacten. Doorslag geeft dat de betrokkenen in slechts zeer geringe mate in het huishouden van elkaar participeren: zo wordt er of niet of slechts sporadisch overnacht in elkaars woningen en de overige contacten kunnen ofwel frequent zijn maar een hoog zakelijk karakter hebben, ofwel minder zakelijk zijn maar dan tevens minder frequent. De rechtbank acht deze benadering adequaat en goed bruikbaar om de feitelijke situatie te waarderen.

2.9 Uit de gedingstukken en dan met name de verklaring van de echtgenoot van eiseres van 18 maart 2009, blijkt onder meer dat eiseres en haar echtgenoot ieder hun eigen woning bezitten en bewonen, alsmede ieder voor zich zorg dragen aan de daaraan verbonden kosten. Ook overigens is er geen sprake van enige vorm van financiële verstrengeling. Wat betreft de sociale contacten wordt vastgesteld dat eiseres en haar huwelijkspartner elkaar onregelmatig bellen, onregelmatig bezoeken, incidenteel bij elkaar overnachten, en in de afgelopen dertien jaar negen maal met elkaar op vakantie zijn geweest, terwijl men vier ŕ vijf keer per jaar op eigen gelegenheid op vakantie gaat. Het geheel van deze feiten en omstandigheden in aanmerking nemend merkt de rechtbank de situatie aan als een waarin volledig respect bestaat voor elkaars privacy en eigen sociale leven. Eiseres en haar echtgenoot hebben voorts onweersproken gesteld dat zij ook niet de intentie hebben om op termijn te gaan samenwonen. Ook de huwelijkse voorwaarden, de uitsluiting van elke gemeenschap van goederen en het ontbreken van de wederzijdse zorgplicht, geven blijk van de door de partners gewenste leefsituatie. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt ondubbelzinnig uit de feiten en omstandigheden, waaronder ook de door eiseres en haar echtgenoot gestelde niet zakelijke reden om tot een huwelijk te besluiten, dat er bij eiseres en haar echtgenoot sprake is van duurzaam gescheiden leven. Anders dan verweerder acht de rechtbank de frequentie van de niet zakelijke contacten die eiseres en haar echtgenoot onderhouden niet zodanig hoog dat de balans doorslaat naar het standpunt van verweerder. Hierbij moet niet uit het oog worden verloren dat de echtelieden elkaar al zeer lang kennen en een gemeenschappelijk verleden hebben. Op grond van de informatie die beide partners hebben verstrekt ziet de rechtbank in het patroon van sociaal onderling verkeer over een lange reeks van jaren geen in ’t oog springende verschuivingen, ook niet na de datum van het huwelijk.

2.10 Nu reeds hierom het bestreden besluit geen stand kan houden behoeven de overige gronden geen bespreking.

2.11 Het beroep is gegrond.





3. Beslissing

3.1 verklaart het beroep gegrond;

3.2 vernietigt het bestreden besluit van 10 november 2009;

3.3 bepaalt dat verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen;

3.4 wijst het meer of anders gevorderde af;

3.5 gelast dat de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank het door eiseres betaalde griffierecht van € 41,- aan eiseres vergoedt.





Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Guinau, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Oltmans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2010.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.

-
-
WWW.UWWET.nl
Sinds 2009. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl