Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-

- rechtspraak

LJN: BM6683, Rechtbank Almelo , 108085 HAZA 09/1390

Datum uitspraak: 02-06-2010
Inhoudsindicatie: Aantal pk's overeengekomen? Geen dwaling, geen wanprestatie.





Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Sector civiel recht

zaaknummer: 108085 HAZA 09/1390
datum vonnis: 2 juni 2010

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

[Eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser,
verder te noemen [eiser],
advocaat: mr. B.E. Dijkstra te Drachten,

tegen

[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
verder te noemen [gedaagde],
advocaat: mr. M.B. Bollen te Rijssen.





1. Het procesverloop

1.1. Op 10 maart 2010 is in deze zaak een tussenvonnis gewezen en is een comparitie van partijen gelast.

1.2. Op 7 mei 2010 heeft [eiser] ten behoeve van de comparitie stukken in het geding gebracht.

1.3. Op 19 mei 2010 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt en vonnis verzocht.





2. De beoordeling

2.1. De rechtbank neemt over hetgeen in het vonnis van 10 maart 2010 over de feiten, de vordering en de onderbouwing daarvan en het verweer is overwogen.

2.2. In deze procedure is aan de orde de vraag of [eiser] rechtens aanspraak kan maken op de gevorderde schadevergoeding van 10.412,- omdat hij zou hebben gedwaald met betrekking tot de aankoop van de Manitou type MLA 628 knikverreiker, dan wel dat [gedaagde] ter zake van die koop jegens [eiser] toerekenbaar te kort is geschoten in de nakoming van zijn uit die overeenkomst voortvloeiende verplichtingen.

2.3. De rechtbank overweegt als volgt. Tussen partijen staat vast dat [eiser] van [gedaagde] op 3 augustus 2009 een Manitou knikverreiker type MLA 628 heeft gekocht en dat de machine op 6 augustus 2009 aan [eiser] is geleverd.

2.4. Tijdens de comparitie heeft [eiser], voor zover ten deze van belang, het volgende verklaard. [eiser] voerde zijn koeien met een shovel. Aangezien de shovel defect raakte besloot hij deze te vervangen door een knikverreiker. [Eiser] is via raadpleging van internet op [gedaagde] gestuit die een Manitou knikverreiker type MLA 628 te koop had. Daarbij verkeerde [eiser] in de veronderstelling dat de machine een vermogen van 120 pk had. [Eiser] heeft eerst met [gedaagde] gebeld. Of tijdens dat gesprek over pk's is gesproken weet [eiser] zich niet meer te herinneren. Wel had [gedaagde] aangegeven dat de machine 5.500 draaiuren had. [Eiser] is diezelfde middag bij [gedaagde] langs gegaan, heeft de machine bekeken en aansluitend een proefrit gemaakt. Vr de proefrit heeft [gedaagde] desgevraagd aan [eiser] meegedeeld dat het aantal pk's van de machine 115 bedroeg. [Eiser] verklaarde tijdens de proefrit niet op de in de Manitou aanwezige urenteller te hebben gekeken die - volgens de niet betwiste stelling van [gedaagde] - goed zichtbaar was. Aan de buitenkant heeft hij geen aanduiding van het aantal pk's waargenomen. Op 4 augustus 2009 werd [eiser] gebeld door een Manitou dealer met wie hij al eerder contact had gehad. De dealer vroeg [eiser] of hij wel zeker wist dat hij een 120 pk versie van de Manitou MLA 628 had gekocht omdat er ook een 100 pk versie is. [Eiser] nam daarop contact met [gedaagde] op omdat hij zeker wilde weten of hij een 115 pk machine had gekocht. Later die dag belde [gedaagde] terug met de mededeling dat de machine 120 pk had. Omdat [eiser] de koop wilde ontbinden omdat hem later bleek dat de machine maar 100 pk had, heeft hij deze aanvankelijk niet gebruikt. Toen [gedaagde] op zijn eis tot ontbinding niet wilde ingaan, is [eiser] de machine gaan gebruiken. De beoogde werkzaamheden, zoals het voeren van het vee, konden er wel mee worden verricht, zij het dat het met een zwaardere machine beter ging.

2.5. [Gedaagde] heeft tijdens de comparitie, voor zover ten deze van belang, het volgende verklaard. Het telefoongesprek op 3 augustus 2009 was heel kort. [Gedaagde] heeft niets verteld over het aantal draaiuren. [Eiser] heeft niet gevraagd naar het aantal pks of draaiuren. [Gedaagde] wist niet wat het vermogen van de Manitou was. Naar pks wordt nooit gevraagd. Van belang is de hefhoogte en het hefvermogen van de machine. Na afloop van de proefrit heeft [gedaagde] aan [eiser] gevraagd of hij wat met de machine kon. [Eiser] heeft daarop positief gereageerd. Daarna heeft [gedaagde] in het bijzijn van [eiser] de koopovereenkomst opgesteld. Over het bouwjaar van de machine heeft [gedaagde] met de plaatselijke dealer contact gehad. Het jaartal van ingebruikneming, 2002, heeft [gedaagde] daarbij aangehouden. Op 4 augustus 2009 werd [gedaagde] door [eiser] gebeld met de vraag naar het aantal pk's van de verkochte Manitou. [Gedaagde] heeft daartoe navraag gedaan en later die dag aan [eiser] meegedeeld dat hij van een collega had vernomen dat het vermogen van de machine 115 120 pk was.

2.6. Met betrekking tot de vraag of [eiser] bij de koop van de onderhavige machine heeft gedwaald dan wel dat [gedaagde] ter zake van die koop jegens [eiser] toerekenbaar tekort is geschoten, overweegt de rechtbank als volgt.
[Eiser] stelt in de inleidende dagvaarding weliswaar dat [gedaagde] [eiser] onjuist heeft genformeerd over het aantal pk's en dat de koopovereenkomst tot stand gekomen is op grond van dwaling, doch [eiser] heeft zijn stellingen op dit punt noch in de stukken noch ter comparitie nader onderbouwd of uitgewerkt. Uit het petitum van de dagvaarding blijkt ook niet welke consequenties [eiser] aan een beroep op dwaling verbindt, zoals een vordering tot vernietiging van de overeenkomst. Uit het petitum blijkt veeleer dat [eiser] zijn vordering kennelijk grondt op de stelling dat [gedaagde] toerekenbaar te kort is geschoten ter zake van de nakoming van zijn verplichtingen uit de koopovereenkomst en dat hij deswege schadevergoeding verschuldigd is.
Voor zover de vordering van [eiser] op dwaling is gebaseerd zal de rechtbank deze dan ook als onvoldoende onderbouwd, afwijzen.

2.7. De rechtbank zal zich bij de verdere beoordeling van de zaak beperken tot de vraag of [gedaagde] jegens [eiser] toerekenbaar te kort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de koopovereenkomst en of aldus sprake is van non-conformiteit.
Artikel 7:17 lid 1 BW bepaalt dat de afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Het tweede lid bepaalt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Vertaald naar de onderhavige zaak betekent dat het volgende.

2.8.Vaststaat dat [gedaagde] in een advertentie een Manitou knikverreiker type MLA 628 heeft aangeboden zonder vermelding van het aantal pk's of aanduiding waaruit het aantal pk's zou kunnen worden afgeleid.
Uit hetgeen partijen ter comparitie over en weer hebben verklaard, is voor de rechtbank niet komen vast te staan dat [gedaagde] voor of ten tijde van het sluiten van de overeenkomst over het aantal pk's van de machine uitspraken heeft gedaan. Weliswaar heeft [eiser] verklaard dat [gedaagde] tijdens de proefrit zou hebben gezegd dat het aantal pk's 115 bedroeg, doch [gedaagde] heeft dit ontkend. Mede tegen de achtergrond van de verklaring van [eiser] ter zitting dat hij veronderstelde dat de Manitou een vermogen van 120 pk had, heeft [eiser] de rechtbank er niet van kunnen overtuigen dat het vermogen van de Manitou onderdeel heeft uitgemaakt van de onderhandelingen, in het bijzonder dat [gedaagde] voor de koop tot stand kwam een aantal van 115 pks heeft genoemd. [Eiser] heeft ter staving van zijn stellingen nog bewijs aangeboden door het beluisteren van bandopnamen die van telefoongesprekken zijn gemaakt, doch de rechtbank ziet geen aanleiding om [eiser] tot dit bewijs toe te laten. Immers, onbetwist is gesteld dat de geluidsopnamen betrekking hebben op telefoongesprekken die n de totstandkoming van de koopovereenkomst hebben plaatsgevonden. Bovendien blijkt voldoende uit de stukken en het verhandelde ter zitting wat er na de koop over het vermogen van de Manitou tussen partijen telefonisch is besproken, zodat niet valt in te zien wat het beluisteren van de bandopnames daaraan redelijkerwijs kan toevoegen.
De rechtbank overweegt voorts dat als onweersproken vaststaat dat noch in de koopovereenkomst noch in de bij die overeenkomst behorende bijlage 1 enige vermelding van het aantal pk's van de Manitou is opgenomen. In het licht van de stelling van [eiser] dat hij van meet af aan kenbaar zou hebben gemaakt dat het aantal pk's voor hem van groot belang was, had het op zijn weg gelegen om het aantal pk's van de machine in de koopovereenkomst op te (doen) nemen. Nu tijdens de comparitie is gebleken dat [eiser] bovendien bij het opstellen van de overeenkomst aanwezig is geweest en aanwijzingen heeft gegeven over de inhoud daarvan, had dit des te meer in de rede gelegen. Zulks is evenwel niet geschied. Tenslotte heeft [eiser] anders dan in de inleidende dagvaarding, ter zitting uitdrukkelijk verklaard dat hij met de Manitou MLA 628 de beoogde werkzaamheden, zoals het voeren van het vee, wel kon verrichten.

2.9. De rechtbank heeft nog overwogen of gelet op de omstandigheden van het geval [gedaagde] eigener beweging voor of ten tijde van het sluiten van de overeenkomst informatie aan [eiser] had moeten verschaffen over het aantal pk's van de Manitou. Een dergelijke verplichting rustte naar het oordeel van de rechtbank niet op hem, nu onweersproken is gebleven dat niet zozeer het aantal pks maar met name de hefhoogte en het hefvermogen belangrijke eigenschappen van een knikverreiker zijn. Dit gevoegd bij het feit dat [eiser] de door hem beoogde werkzaamheden kon verrichten, maakt dat er in dit geval geen mededelingsplicht op [gedaagde] rustte.

2.10. Met betrekking tot de overige onderwerpen van geschil, te weten het aantal draaiuren en het bouwjaar overweegt de rechtbank als volgt. [Eiser] heeft gesteld dat [gedaagde] bij het eerste telefonisch contact zou hebben meegedeeld dat het aantal draaiuren 5.500 bedroeg. [Gedaagde] ontkent een dergelijke uitspraak te hebben gedaan. Vaststaat dat partijen een proefrit met de Manitou hebben gemaakt. [Eiser] heeft ter zitting verklaard voor of tijdens de proefrit niet op de urenteller te hebben gekeken, hoewel deze goed zichtbaar was. Vaststaat ook dat het aantal draaiuren niet in de overeenkomst is opgenomen. Nu [eiser] met betrekking tot dit onderdeel geen nader bewijs voor zijn stellingen heeft bijgebracht, is voor de rechtbank niet komen vast te staan dat partijen een aantal draaiuren van 5.500 zijn overeengekomen.
Met betrekking tot het bouwjaar overweegt de rechtbank als volgt. [Gedaagde] heeft erkend dat het bouwjaar van de Manitou november 2001 was, terwijl hij in de advertentie als bouwjaar 2002 heeft vermeld. Als reden hiervoor heeft [gedaagde] aangegeven dat de machine in juli 2002 voor het eerst in gebruik is genomen. Daarmee staat vast dat [gedaagde] [eiser] in beginsel onjuiste informatie heeft verstrekt nu de machine in werkelijkheid ouder was dan [gedaagde] in de advertentie deed voorkomen. Niet uitgesloten moet worden geacht dat [eiser] minder voor de machine zou hebben betaald als hij geweten had dat het bouwjaar 2001 was, doch hierover heeft [eiser] verder niets aangevoerd en ook overigens is daarvan niets gebleken. Nu bovendien vaststaat dat in de overeenkomst geen bouwjaar is opgenomen, kan ook dit onderdeel niet tot toewijzing leiden.

2.11. De slotsom van het voorgaande is dat [gedaagde] ter zake van de verkoop en levering van de Manitou MLA 628 niet toerekenbaar te kort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. De vordering van [eiser] dient derhalve te worden afgewezen. [Eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.





3. De beslissing

De rechtbank:

I. Wijst de vordering af;

II. Veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] tot deze uitspraak begroot op 313,- aan verschotten en 904,- aan salaris advocaat.





Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. P.L. Alers en op 2 juni 2010 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

-
-
WWW.UWWET.nl
Sinds 2009. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl