Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-

- rechtspraak

LJN: BM9660, Raad van State , 200909195/1/H3

Datum uitspraak: 30-06-2010
Inhoudsindicatie: Bij besluit van 11 november 2008 heeft het college [wederpartij] op straffe van een dwangsom gelast het verlenen van bemiddeling bij het verkrijgen van woonruimte in Amsterdam dan wel het zich met dat doel gevestigd hebben of optreden als woning- en kamerbemiddelingsbureau te staken.





Uitspraak

200909195/1/H3.
Datum uitspraak: 30 juni 2010

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 oktober 2009 in zaak nr. 09/522 in het geding tussen:

[wederpartij], wonende te [woonplaats], en de stichting MB Stichting, gevestigd te Eindhoven, (hierna: tezamen in enkelvoud: [wederpartij])

en

het college.





1. Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2008 heeft het college [wederpartij] op straffe van een dwangsom gelast het verlenen van bemiddeling bij het verkrijgen van woonruimte in Amsterdam dan wel het zich met dat doel gevestigd hebben of optreden als woning- en kamerbemiddelingsbureau te staken.

Bij besluit van 14 januari 2009 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 16 oktober 2009, verzonden op dezelfde datum, heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 14 januari 2009 vernietigd, het besluit van 11 november 2008 herroepen en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 november 2009, hoger beroep ingesteld.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 mei 2010, waar het college, vertegenwoordigd door mr. M. van der Hijden, advocaat te Amsterdam, en [wederpartij], in persoon, bijgestaan door mr. M.O. Klaassen, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen.





2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder b, van de Verordening op de woning- en kamerbemiddelingsbureaus 2006 van de gemeente Amsterdam (hierna: de verordening) wordt in deze verordening onder bemiddeling verstaan zowel het tegen vergoeding registreren van woning- of kamerzoekenden als het bedrijfsmatig of bij wijze van beroep of gewoonte, handelend als tussenpersoon, doen aanbieden van woonruimte van derden aan een woning- of kamerzoekende.

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder c, wordt in deze verordening onder woning- en kamerbemiddelingsbureau verstaan een natuurlijk persoon die handelend onder eigen naam of handelsnaam bemiddeling verleent bij het verkrijgen dan wel beschikbaar stellen van woonruimte.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, is het verboden, zonder of in afwijking van een vergunning van het college:
a. bemiddeling te verlenen bij het verkrijgen van woonruimte;
b. zich met dat doel te vestigen of op te treden als woning- en kamerbemiddelingsbureau.

Ingevolge artikel 12, eerste lid, gelden, wanneer de bemiddeling uitsluitend inhoudt het via een website bij elkaar brengen van de woning- of kamerzoekende en de woningaanbieder, de verplichtingen van de vergunninghouder genoemd in de artikelen 10 en 11 voor de woningaanbieder.

In de door het college vastgestelde Uitvoeringsinstructie 15, in werking getreden op 18 april 2006 (hierna: de uitvoeringsinstructie), is nader ingegaan op de wijze waarop het college uitleg geeft aan de bepalingen van de verordening. Voor de betekenis van het begrip "bemiddeling" in artikel 1, aanhef en onder b, van de verordening wordt hier verwezen naar artikel 7:425 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

Ingevolge artikel 7:425 BW is de bemiddelingsovereenkomst een overeenkomst van opdracht waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich tegenover de andere partij, de opdrachtgever, verbindt tegen loon als tussenpersoon werkzaam te zijn bij het tot stand brengen van een of meer overeenkomsten tussen de opdrachtgever en derden.

2.2. In geschil is de vraag of de werkwijze van [wederpartij] ten tijde van het besluit van 11 november 2008 als zijnde het bedrijfsmatig of bij wijze van beroep of gewoonte, handelend als tussenpersoon, doen aanbieden van woonruimte van derden aan een woning- of kamerzoekende valt onder de definitie van bemiddeling in artikel 1, aanhef en onder b, van de verordening.

De rechtbank heeft deze vraag ontkennend beantwoord, omdat [wederpartij] niet, handelend als tussenpersoon, woningen aanbiedt, als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b, van de verordening, maar slechts voor een ieder toegankelijke informatie verstrekt over woningen en woningaanbieders aan abonnees van zijn sms-dienst, waarna zijn bemoeienis eindigt. Voor de activiteiten die [wederpartij] verricht is daarom naar het oordeel van de rechtbank geen vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening vereist.

2.3. Het college betoogt dat de werkwijze van [wederpartij] ten tijde van belang wel degelijk valt onder het tweede gedeelte van de definitie van bemiddeling als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b, van de verordening. [wederpartij] handelt volgens het college bij wijze van beroep of gewoonte als tussenpersoon omdat hij via een website woningen van derden aanbiedt aan woning- of kamerzoekenden. Bemiddeling is het als tussenpersoon aanbieden van woningen van derden met de bedoeling dat tussen de woningaanbieder en de woningzoekende een huurovereenkomst tot stand komt. Het is ook bij webbureaus als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening geen voorwaarde dat de tussenpersoon daadwerkelijk een huurovereenkomst tot stand brengt, aldus het college.

2.4. De rechtbank is op grond van de door [wederpartij] gegeven toelichting en de dossierstukken uitgegaan van de volgende werkwijze. [wederpartij] speurt het internet af naar advertenties waarin woningen en kamers in Amsterdam te huur worden aangeboden. Hij vermeldt de gegevens over de woningen in verkorte vorm op zijn website (www.NuAdam.nl). De gegevens van de woningaanbieder vermeldt hij daarbij niet. Woningzoekenden kunnen zijn website vinden via Google Ads en kunnen zich gratis bij hem aanmelden voor een sms-abonnementsdienst. Zij kunnen zich daar ook weer gratis voor afmelden. De abonnees ontvangen dagelijks maximaal twee sms-berichten met de gegevens van een te huur aangeboden woning of kamer in Amsterdam en met de contactgegevens van de desbetreffende woningaanbieders in maximaal 261 tekens. De abonnees dienen hiervoor Ä 1,50 per sms te betalen.

Het college heeft de door de rechtbank gegeven beschrijving van de werkwijze van [wederpartij] niet weersproken. De Afdeling gaat bij haar beoordeling dan ook uit van deze werkwijze.

2.5. Zoals volgt uit de tekst van artikel 1, aanhef en onder b, van de verordening in samenhang met de uitvoeringsinstructie, is voor beantwoording van de vraag of wordt bemiddeld in de zin van de verordening als maatstaf gekozen het al dan niet bestaan van een bemiddelingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:425 BW. Naar de tekst en inhoud van dit artikel wordt bemiddeld indien de tussenpersoon in opdracht van de woningaanbieder een overeenkomst tussen de woningaanbieder en een derde, de woningzoekende, tot stand brengt. De handelingen van een tussenpersoon zijn op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de verordening derhalve vergunningplichtig als deze handelt in opdracht van een woningaanbieder. Dit geldt eveneens voor webbureaus als bedoeld in artikel 12 van de verordening. [wederpartij] handelt niet in opdracht van een of meer woningaanbieders. [wederpartij] geeft tegen betaling per sms informatie aan woning- en kamerzoekenden. Of een overeenkomst tussen woningaanbieder en woningzoekende tot stand komt onttrekt zich aan zijn gezichtsveld. Terecht heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat een tussenpersoon recht heeft op loon zodra door zijn bemiddeling een overeenkomst is tot stand gekomen en dat dit, nu de werkzaamheden van [wederpartij] niet gericht zijn op het tot stand brengen van een overeenkomst tussen de woningaanbieder en woning- of kamerzoekenden, niet aan de orde is. Het betoog faalt.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat voor de door [wederpartij] ten tijde van belang verrichte activiteiten geen vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening is vereist.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.





3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van Ä 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. verstaat dat de secretaris van de Raad van State van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam griffierecht ten bedrage van Ä 447,00 (zegge: vierhonderdzevenenveertig euro) heft.





Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. C.H.M. van Altena, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J. den Broeder, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Den Broeder
voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2010

176-597.

-
-
WWW.UWWET.nl
Sinds 2009. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl