Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-

- rechtspraak

LJN: BM9444,Sector kanton Rechtbank Roermond , 261189 \ CV EXPL 09-5043

Datum uitspraak: 23-06-2010
Inhoudsindicatie: Huma BV en Henk Grafimedia Center BV worden door dezelfde persoon bestuurd. Huma BV verrichtte onder meer het drukwerk voor Scheidegger. Henk Grafimedia Center BV regelde de samenstelling van de lespakketten en de bezorging daarvan ten behoeve van Scheidegger. Scheidegger is failliet gegaan. Na doorstart onder de naam Multididact is de opdracht voor het drukwerk naar een ander bedrijf gegaan. Hiermee is Huma BV een groot deel van haar werk verloren en is al het werk voor Henk Grafimedia Center BV weggevallen. Eiser was formeel in dienst bij Henk Grafimedia Center BV en na het faillissement van Scheidegger is voor eiser en een andere medewerker een ontslagvergunning aangevraagd. Met toestemming van het UWV WERKbedrijf heeft Henk Grafimedia Center BV de arbeidsovereenkomst met eiser opgezegd. Eiser stelt dat hij feitelijk 80% werkzaamheden verrichtte voor Huma BV zodat deze onderneming ook als werkgever kan worden aangemerkt. De kantonrechter is van oordeel dat eiser hoofdzakelijk de bezorging van lesmateriaal verzorgde ten behoeve van Henk Grafimedia Center BV. Na het faillissement van Scheidegger heeft eiser tijdelijk werkzaamheden voor Huma BV verricht, maar dit maakt niet dat Huma BV ook werkgever is geworden. Voorts heeft de kantonrechter geoordeeld dat geen sprake is van een voorgewende renden en ook dat de gevolgen voor eiser niet zodanig zwaarder wegen dat die van Henk Grafimedia Center BV dat het ontslag van eiser kennelijk onredelijk is.





Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND
Sector kanton

Zaaknummer: 261189 \ CV EXPL 09-5043

Vonnis van de kantonrechter te Venlo d.d. 23 juni 2010

in de zaak van:

[eiser], wonende te [woonplaats] aan de [adres],
eiser,
gemachtigde: mr. Koster,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Huma B.V., statutair gevestigd te Heythuysen en kantoorhoudende te 5913 BG Venlo aan de Burgemeester van Aefferdenstraat 10,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Henk Grafimedia Center B.V., gevestigd te Venlo en kantoorhoudende te 5951 DK Belfeld aan de Bremweg 7,
gedaagden,
gemachtigde: mr. J.L. Coenegracht.





1. Het verloop van de procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:
? de inleidende dagvaarding met producties;
? de conclusie van antwoord met producties;
? het tussenvonnis van de kantonrechter d.d. 10 februari 2010;
? de comparitie van partijen d.d. 19 mei 2010 waarvan geen proces-verbaal is opgemaakt.

1.2. Vervolgens is de zaak op vonnis gesteld waarvan de uitspraak is bepaald op heden.





2. De vordering van eiser

2.1. Eiser vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. voor recht te verklaren dat de opzegging van het dienstverband per 31 juli 2009 kennelijk onredelijk is.
2. gedaagden binnen twee weken na het in deze te wijzen vonnis te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser te betalen een schadevergoeding ad EUR 77.600,00, subsidiair een door de kantonrechter in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.
3. gedaagden te veroordelen in de kosten van de procedure.

2.2. Aan de vordering heeft eiser ten grondslag gelegd dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst heeft bestaan, welke met toestemming van het UWV WERKbedrijf op 1 augustus 2009 is geŽindigd. Eiser is in de periode 17 februari 1975 tot en met 1 september 2006 in dienst geweest bij (de rechtsvoorganger van) Scheidegger Opleidingen B.V., hierna te noemen: Scheidegger. Op 1 september 2006 is eiser met behoud van zijn anciŽnniteit uiteindelijk in dienst getreden bij HUMA (gedaagde sub 1). Eiser heeft feitelijk sinds 2007 ongeveer 90% voor Henkís Offset (gedaagde sub 2) gewerkt en slechts voor 10% bij HUMA.

2.3. De reden voor opzegging van het dienstverband is gelegen in het faillissement van Scheidegger, een klant van HUMA. In tegenstelling tot wat gedaagden stellen heeft eiser nog op 16 februari 2009 werk in opdracht van Scheidegger verricht. Eiser is van mening dat sprake is van een valse dan wel voorgewende reden. Daarnaast bestond er een herplaatsingsmogelijkheid van eiser bij Henkís Offset. Tot slot heeft eiser aangevoerd dat de gevolgen van de opzegging voor hem te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij opzegging, alle omstandigheden in aanmerking genomen.

2.4. Voor een nadere feitelijke en juridische onderbouwing van de vordering verwijst de kantonrechter naar de inleidende dagvaarding met producties alsmede naar de verklaringen van eiser ter zitting. De inhoud daarvan wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd.





3. Het verweer van gedaagden

3.1. Gedaagden hebben verweer gevoerd tegen de vordering. Gedaagden stellen dat gedaagde sub 1 eisers werkgever was. Op 1 september 2009 is eiser immers in dienst getreden bij gedaagde sub 1 als inpakker van lesmateriaal van Scheidegger en bezorger van dit lesmateriaal aan haar cursisten. Gedaagde sub 2 is een drukkerij, die geen packagingwerkzaamheden kent. Gedaagde sub 2 deed het drukwerk voor Scheidegger, gedaagde sub 1 deed lespakketten samenstellen en de bezorging. Gedaagde sub 1 berekende haar diensten door aan gedaagde sub 2, die haar facturen zond aan Scheidegger.

3.2. Op 28 oktober 2008 is Scheidegger gefailleerd. Tot oktober 2008 was Scheidegger de enige opdrachtgever van gedaagde sub 1 (via gedaagde sub 2). Door het faillissement van Scheidegger is al het werk van eiser weggevallen. Scheidegger heeft een doorstart gemaakt, maar dit heeft er niet toe geleid dat gedaagde sub 1 de packagingopdracht heeft verworven.

3.3. Als gevolg van het verlies van de omzet bij gedaagde sub 2 en daarmee dus ook de werkzaamheden voor gedaagde sub 1 is gedaagde sub 1 genoodzaakt geweest om in februari 2009 een ontslagaanvraag in te dienen bij het UWV WERKbedrijf. Toestemming is verleend waarna opzegging van het dienstverband heeft plaatsgevonden. Er is geen sprake van een valse dan wel voorgewende reden.

3.4. Gedaagden betwisten dat eiser 90% feitelijk werkzaam zou zijn geweest voor gedaagde sub 2. Tot aan het faillissement van Scheidegger heeft eiser volledig ten behoeve van deze opdrachtgever bij gedaagde sub 1 werkzaamheden verricht. Om eiser voor zijn loon toch werkzaamheden te laten verrichten totdat gedaagde sub 1 nieuwe opdrachten zou aantrekken is eiser tijdelijk uitgeleend aan gedaagde sub 2. Daarnaast is het nooit de bedoeling geweest om eiser in dienst te laten treden bij gedaagde sub 2.

3.5. Er zijn geen herplaatsingsmogelijkheden voor eiser bij gedaagde sub 2. De functies binnen gedaagde sub 2 zijn specialistisch en die functies verschillen wezenlijk qua aard van de werkzaamheden van door eiser verrichte werkzaamheden.

3.6. Tot slot hebben gedaagden naar voren gebracht dat door het verlies van de opdracht van Scheidegger een acuut verlies aan inkomsten is ontstaan. Gedaagde sub 1 heeft geen vervangende inkomsten kunnen verwerven en zij was genoodzaakt om haar activiteiten te staken.

3.7. Voor een nadere feitelijke en juridische onderbouwing van het verweer verwijst de kantonrechter naar de conclusie van antwoord met producties alsmede naar de verklaringen van gedaagden ter zitting. De inhoud daarvan wordt als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.





4. De beoordeling

4.1. De tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst is op 1 augustus 2009 met toestemming van het UWV WERKbedrijf geŽindigd. Thans ligt de vraag voor of dit ontslag kennelijk onredelijk is. Eiser is van mening dat dit zo is en hem een schadevergoeding toekomt, gedaagden betwisten dat het ontslag kennelijk onredelijk is.

4.2. Van 17 februari 1975 tot en met 1 september 2006 is eiser in dienst geweest bij Scheidegger. Op 1 september 2006 is eiser in dienst getreden bij gedaagde sub 1 met behoud van zijn anciŽnniteit.

4.3. Ter zitting hebben gedaagden toegelicht hoe de relatie Scheidegger, gedaagde sub 1 en gedaagde sub 2 in elkaar zit. Gedaagde sub 2 verrichtte het drukwerk voor opdrachtgever Scheidegger. Vanaf medio 2006 is door Scheidegger met gedaagde sub 2 afgesproken dat ook de samenstelling van de lespakketten door gedaagde sub 2 zou worden verzorgd. Gedaagde sub 2 kent, als drukkerij, geen packagingwerkzaamheden. Deze werkzaamheden zijn toen ondergebracht bij gedaagde sub 1. Naast de packagingwerkzaamheden is gedaagde sub 1 ook de bezorging aan Scheidegger gaan doen.

4.4. Tussen partijen is niet in geschil dat gedaagde sub 1 formeel werkgever is van eiser. Eiser heeft echter aangevoerd dat hij het merendeel van zijn werkzaamheden voor gedaagde sub 2 verrichtte. Ter zitting heeft eiser gesteld dat hij drie maanden voor gedaagde sub 1 heeft gewerkt maar daarna heeft gekoerierd voor gedaagde sub 2 en verder heeft uitgeholpen in de drukkerij. Om die reden is ook gedaagde sub 2 aan te merken als werkgever.

4.5. De kantonrechter overweegt als volgt.

4.6. Door gedaagden is niet betwist dat eiser koerierswerkzaamheden heeft verricht ten behoeve van gedaagde sub 2. Dit betekent echter niet dat gedaagde sub 2 eveneens als werkgever van eiser kan worden aangemerkt. Zoals blijkt uit rechtsoverweging 4.3. verrichtte gedaagde sub 2 het drukwerk voor Scheidegger. Het bezorgen van dit materiaal werd door gedaagde sub 1 verzorgd. Waar eiser betoogt dat 80% van zijn werkzaamheden bestond uit koerieren, is de kantonrechter van oordeel dat hij deze werkzaamheden verrichtte voor gedaagde sub 1. Het kan wel zijn dat gedaagde sub 2 het drukwerk aanleverde, maar het bezorgen van dit drukwerk werd niet gedaan door gedaagde sub 2.

4.7. Voorts heeft eiser gesteld dat hij voor het overige ook werk heeft verricht voor gedaagde sub 2. Gedaagden hebben dit niet weersproken, doch zij hebben ter zitting nader toegelicht dat na het faillissement van Scheidegger Opleidingen B.V. de werkzaamheden bij gedaagde sub 1 zijn weggevallen. Om eiser toch werk te laten verrichten, nu het loon ook werd doorbetaald, heeft eiser tijdelijk werkzaamheden verricht voor gedaagde sub 2. De kantonrechter is van oordeel dat uit het voorgaande niet kan worden afgeleid dat gedaagde sub 2 ook als werkgever van eiser kan worden aangemerkt.

4.8. De vorderingen van eiser, voor zover deze gericht zijn tegen gedaagde sub 2, worden afgewezen.

4.9. Voorts wordt als volgt overwogen.

4.10. Ingevolge artikel 7:681 lid 1 BW kan de rechter indien een van de partijen de arbeidsovereenkomst, al of niet met inachtneming van de voor de opzegging geldende bepalingen, kennelijk onredelijk opzegt, steeds aan de wederpartij een schadevergoeding toekennen.

4.11. In het tweede lid van voornoemd artikel is bepaald dat opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever onder andere kennelijk onredelijk kan worden geacht:
a) wanneer deze geschiedt zonder opgave van redenen of onder opgave van een voorgewende of valse reden;
b) wanneer, mede in aanmerking genomen de voor de werknemer getroffen voorzieningen en de voor hem bestaande mogelijkheden om ander passend werk te vinden, de gevolgen van de opzegging voor hem te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij de opzegging; (Ö).


4.12. Eiser heeft gesteld dat de opzegging van het dienstverband heeft plaatsgevonden onder een voorgewende reden, nu gedaagde sub 1 na de doorstart van Scheidegger werkzaamheden voor deze opdrachtgever heeft verricht.

4.13. De kantonrechter overweegt dat gedaagde sub 1 heeft aangegeven dat Scheidegger gefailleerd is. Hiermee is de opdrachtgever van gedaagde sub 1 weggevallen. Scheidegger heeft wel een doorstart gemaakt onder de naam Multididact, maar zij heeft gekozen om een andere onderneming haar drukwerk te laten verrichten. Dit betekent dat er geen werk voorhanden is voor gedaagde sub 1. De levering van lespakketten op 16 februari 2009, waarnaar eiser verwijst, betreft drukwerk dat gedaagde sub 2 op voorraad had liggen. Dit is door eiser naar de nieuwe opdrachtnemer van Multididact gebracht.

4.14. Op grond van het voorgaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat geen sprake is van een voorgewende reden. Door het wegvallen van de opdrachtgever is het werk bij gedaagde sub 1 komen te vervallen en heeft gedaagde sub 1 voor haar werknemers, waaronder eiser, een ontslagvergunning aangevraagd.

4.15. Verder heeft eiser aangevoerd dat er herplaatsingsmogelijkheden waren bij gedaagde sub 2, te meer nu hij feitelijk gedurende zijn gehele dienstverband voor gedaagde sub 2 heeft gewerkt. Hieromtrent overweegt de kantonrechter als volgt.

4.16. Onder verwijzing naar rechtsoverweging 4.6. en 4.7. overweegt de kantonrechter dat eiser niet feitelijk gedurende zijn gehele dienstverband voor gedaagde sub 2 heeft gewerkt. Nog los daarvan overweegt de kantonrechter dat gedaagden naar voren hebben gebracht dat bij gedaagde sub 2 enkel specialistische functies voorkomen die wezenlijk qua aard verschillen van de werkzaamheden die eiser in het verleden heeft verricht. Dat eiser
35 jaar geleden een diploma ďalgemene grafische kennisĒ heeft behaald doet aan het voorgaande niet af. De kantonrechter is van oordeel dat gedaagden genoegzaam hebben aangetoond dat er voor eiser geen herplaatsingsmogelijkheden zijn bij gedaagde sub 2.

4.17. Tot slot heeft eiser een beroep gedaan op het gevolgencriterium. Hierbij heeft eiser gewezen op de lange duur van zijn dienstverband, zijn leeftijd, de economische crisis, het ontbreken van financiŽle noodzaak om hem te ontslaan, het gebrek aan inspanningen om passend werk voor hem te vinden en de financiŽle gevolgen van de opzegging.

4.18. Bij de beoordeling of de werknemer een geslaagd beroep op het gevolgencriterium toekomt, dient de kantonrechter de wederzijdse belangen af te wegen. Tegenover de door de geschetste belangen van eiser, spelen aan de kant van gedaagden de volgende omstandigheden een rol. De opdrachtgever van gedaagden is failliet gegaan en heeft na doorstart een andere organisatie de opdracht gegeven. Hierdoor is het werk bij gedaagde sub 1 volledig vervallen en bij gedaagde sub 2 voor een groot deel van de werkzaamheden. De omzet van gedaagden is sterk gedaald. Daarbij komt dat hoewel sprake is van behoud van anciŽnniteit eiser feitelijk slechts bijna drie jaar bij gedaagde sub 1 in dienst geweest.

4.19. De belangen van eiser wegen zwaar en daarmee kan ook gezegd worden dat de opzegging onredelijk is. Echter, alle omstandigheden in aanmerking nemend, wegen de belangen van eiser niet zůveel zwaarder dan die van gedaagden dat sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag.

4.20. Op grond van het voorgaande wordt de vordering van eiser afgewezen. Eiser zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

4.21. Mitsdien wordt beslist als volgt.





5. De beslissing

5.1. Wijst de vordering af.

5.2. Veroordeelt eiser in de kosten van de procedure aan de kant van gedaagden gevallen en tot op heden begroot op EUR 1.200,00 als salaris voor de gemachtigde.





Dit vonnis is gewezen door mr. O.M. de Lange, kantonrechter, en ter openbare civiele terechtzitting op 23 juni 2010 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

-
-
WWW.UWWET.nl
Sinds 2009. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl