Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-
Woningwet
<     Naar vorige pagina                                                       Naar volgende pagina     >



Artikel 70iHet bewind eindigt

1.Het bewind eindigt twee jaar na de uitspraak van de rechtbank waarbij de betrokken toegelaten instelling onder bewind is gesteld. Het bewind eindigt voorts met onmiddellijke ingang na het onherroepelijk worden van een benoeming van een of meer bewindvoerders in een aan de betrokken toegelaten instelling verleende surseance van betaling of van een of meer curatoren in haar faillissement.

2.Indien naar het oordeel van Onze Minister voor het tijdstip, genoemd in de eerste volzin van het eerste lid, de voorwaarden zijn geschapen waaronder de toelating niet langer ernstige schade aan het belang van de volkshuisvesting berokkent en niet op korte termijn ernstige schade aan dat belang zal berokkenen, verzoekt hij de rechtbank het bewind op te heffen. Bij zijn besluit waarbij het bewind wordt opgeheven, ontslaat de rechtbank de bewindvoerders.



Artikel 70jToegelaten als toegelaten instelling

1.Verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en stichtingen, die mede in het belang van de volkshuisvesting werkzaam zijn, kunnen bij koninklijk besluit als toegelaten instelling worden toegelaten.

2.Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven omtrent de toelating, weigering en intrekking van de toelating, alsmede omtrent de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen als bedoeld in het eerste lid.

3.De artikelen 70, tweede, derde en vierde lid, 70a, 70b, 70d tot en met 70i en 105 zijn voorzover mogelijk van toepassing.



Artikel 70kAlgemene maatregel van bestuur treedt in werking

Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 70, 70c, 70d en 70j treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.



Artikel 70lToegelaten instelling

1. Het is een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70, eerste lid, in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen, verboden zonder vergunning van Onze Minister haar onroerende zaken te vervreemden aan of daarop een recht van erfpacht, van opstal of van vruchtgebruik te vestigen ten behoeve van een wederpartij die geen zodanige toegelaten instelling en geen huurder van een onroerende zaak van een zodanige toegelaten instelling is. Onze Minister stelt voor het aanvragen van een zodanige vergunning en het in verband daarmee door de betrokken toegelaten instelling verstrekken van gegevens een formulier vast.

2. Onze Minister kan de in het eerste lid bedoelde vergunning weigeren, indien de toegelaten instelling bij een voorgenomen vervreemding aan of vestiging van een recht als bedoeld in dat lid naar zijn oordeel:
a. onvoldoende rekening houdt met de gevolgen daarvan voor de huurders van de betrokken onroerende zaken;
b. onvoldoende motiveert waarom zij afziet van vervreemding aan of vestiging van een zodanig recht ten behoeve van een andere wederpartij, of
c. de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gegeven, op een handeling als bedoeld in het eerste lid van toepassing zijnde voorschriften niet naleeft.

3. Onze Minister kan de in het eerste lid bedoelde vergunning intrekken, indien hem blijkt dat hij de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave heeft verleend.

4. Onze Minister kan de in het eerste lid bedoelde vergunning tevens weigeren of intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

5. Voordat toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.



Afdeling 3A. Het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting

Artikel 71Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting

Er is een Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting. Het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting bezit rechtspersoonlijkheid. Het is gevestigd te 's-Gravenhage.



Artikel 71aHet fonds

1. Het fonds:
a. verstrekt subsidie aan toegelaten instellingen ter bevordering van de sanering van toegelaten instellingen die niet beschikken over de noodzakelijk te achten financiŽle middelen, of, volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften, ter tegemoetkoming in de kosten van werkzaamheden van toegelaten instellingen, en
b. verricht taken in het kader van het toezicht op toegelaten instellingen, voorzover die taken bij algemene maatregel van bestuur zijn aangegeven, welke taken de financiŽle aspecten van de werkzaamheden van die instellingen betreffen en tot welke taken kan behoren het aan Onze Minister verschaffen van inzicht in de financiŽle situatie van die instellingen gezamenlijk.

2. Uit het fonds worden geen garanties verleend.

3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent maatregelen die het fonds jegens toegelaten instellingen kan nemen bij het door hen niet nakomen van een jegens het fonds bestaande verplichting.

4. Onze Minister informeert beide kamers der Staten-Generaal over het hem verschafte inzicht in de financiŽle situatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.



Artikel 71bHet fonds stelt beleidsregels vast

1.Het fonds stelt jaarlijks voor 1 december beleidsregels vast, waarin wordt bepaald op welke wijze het fonds uitvoering geeft aan artikel 71a en de daarop berustende algemene maatregelen van bestuur. De beleidsregels zijn van toepassing op het eerstvolgende kalenderjaar. Het fonds doet een afschrift van de beleidsregels aan Onze Minister toekomen.

2.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inhoud en de bekendmaking van de in het eerste lid bedoelde beleidsregels.



Artikel 71cBestuur fonds bestaat uit aantal leden

1.Het bestuur van het fonds bestaat met inbegrip van de voorzitter uit ten minste drie en ten hoogste vijf leden. Onze Minister benoemt de voorzitter en de andere bestuursleden.

2.De bestuursleden worden, behoudens tussentijds ontslag, benoemd voor de tijd van ten hoogste vier jaar.

3.De bestuursleden kunnen te allen tijde ontslag nemen door een schriftelijke kennisgeving aan Onze Minister. Degene die in het bestuur is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats de benoeming is geschied had moeten aftreden.

4.Onverenigbaar met het bestuurslidmaatschap van het fonds zijn:
a. het lidmaatschap van een orgaan van, en een functie bij, een toegelaten instelling of een organisatie die zich ten doel heeft gesteld de belangen van toegelaten instellingen te behartigen;
b. het lidmaatschap van een college van burgemeester en wethouders of van een orgaan van een organisatie die zich ten doel heeft gesteld de belangen van gemeenten te behartigen;
c. een functie als ambtenaar bij een ministerie en
d. een functie als ambtenaar bij een gemeente, een functie bij een organisatie als bedoeld in onderdeel b, een functie bij een financiŽle instelling en enige andere functie, indien de aan de betrokken functie verbonden werkzaamheden meebrengen dat een betrokkenheid ontstaat of kan ontstaan bij de werkzaamheden van het fonds of bij de ontwikkeling of de uitvoering van het rijksbeleid op het gebied van de volkshuisvesting.



Artikel 71dHet fonds stelt een bestuursreglement vast

1.Het fonds stelt een bestuursreglement vast.

2.Het bestuursreglement en elke wijziging daarvan behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Onze Minister kan het bestuursreglement gedeeltelijk goedkeuren of aan de goedkeuring voorwaarden verbinden.

3.Indien Onze Minister het voornemen heeft aan het bestuursreglement geheel of gedeeltelijk goedkeuring te onthouden, dan wel voorwaarden aan de goedkeuring te verbinden, stelt hij het fonds daarvan in kennis en stelt hij het in de gelegenheid binnen ten hoogste vier weken na die kennisgeving wijzigingen in het bestuursreglement aan te brengen.



Artikel 71eVorming middelen fonds

1.De middelen van het fonds worden gevormd door de bijdragen, bedoeld in het tweede lid, en andere inkomsten.

2.Elke toegelaten instelling die op 1 januari van een kalenderjaar als zodanig bestaat, is over dat kalenderjaar een bijdrage aan het fonds verschuldigd. Het fonds bepaalt de hoogte van de bijdrage volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te geven voorschriften. Het besluit tot bepaling van de hoogte van de bijdrage behoeft de instemming van Onze Minister.

3.Onze Minister kan, indien hij van oordeel is dat het fonds op de in het tweede lid bedoelde datum over voldoende financiŽle middelen zal beschikken om zonder storting van een bijdrage als bedoeld in dat lid ten minste een jaar uitvoering te geven aan artikel 71a, eerste lid, voor die datum bepalen dat een zodanige bijdrage niet verschuldigd is over het jaar waarin die datum valt.



Artikel 71fHet fonds stelt een begroting vast

1.Het fonds stelt jaarlijks voor 1 november een begroting vast voor het volgende kalenderjaar.

2.De begroting behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

3.Bij ministeriŽle regeling kunnen voorschriften omtrent de inrichting van de begroting worden gegeven.



Artikel 71gHet fonds brengt een financieel verslag uit

1.Het fonds brengt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister een financieel verslag over het afgelopen kalenderjaar uit, dat vergezeld gaat van een verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de gedane uitgaven, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

2.Het fonds stelt de in het eerste lid genoemde stukken algemeen verkrijgbaar.

3.Bij ministeriŽle regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent het financiŽle verslag en de accountantscontrole.



Artikel 71hHet fonds stelt verslag op van onder meer werkzaamheden

Het fonds stelt jaarlijks voor 1 juli een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan Onze Minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.



Artikel 71iHet fonds verstrekt benodigde inlichtingen

Het fonds verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voorzover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.



Artikel 71jRechtspositie van het personeel van het fonds

De rechtspositie van het personeel van het fonds is in overeenstemming met de regels die gelden voor ambtenaren die zijn aangesteld bij ministeries, met dien verstande dat waar in deze regels een bevoegdheid is toegekend aan een andere minister dan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, deze bevoegdheid wordt uitgeoefend door het bestuur van het fonds.



Artikel 71kFonds ernstig in gebreke bij verrichten van zijn taken

1.Indien naar het oordeel van Onze Minister het fonds ernstig in gebreke blijft of op korte termijn ernstig in gebreke zal blijven bij het verrichten van zijn taken, kan hij het bestuur van het fonds schorsen of ontslaan, in welke gevallen hij in vervanging van het geschorste of ontslagen bestuur voorziet, met dien verstande dat een schorsing niet langer duurt dan noodzakelijk is om de voorwaarden te scheppen waaronder het fonds naar het oordeel van Onze Minister zijn taken weer naar behoren kan verrichten.

2.Indien en zolang een geschorst of ontslagen bestuur niet kan worden vervangen, verricht Onze Minister de taken van het fonds, in welk geval:
a. dit geschiedt op kosten van het fonds en
b. Onze Minister dit onverwijld meedeelt aan de beide kamers der Staten-Generaal.



Artikel 71lVerslag over onder meer doeltreffendheid functioneren

Onze Minister zendt zo spoedig mogelijk na 1 januari 2002 en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van het fonds.



Artikel 72
[Vervallen per 04-02-2000]




Artikel 73Algemene maatregel treedt in werking

Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 71a, 71b en 71e, treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.



Afdeling 4. Voorzieningen in het belang van de volkshuisvesting vanwege de gemeente of de provincie

Artikel 74
[Vervallen per 01-01-1998]




Artikel 75Voorzieningen in belang volkshuisvesting

1.Burgemeester en wethouders kunnen, ingeval dit noodzakelijk is voor het naar behoren uitvoeren van deze wet, besluiten rechtstreeks van gemeentewege voorzieningen in het belang van de volkshuisvesting te treffen.

2.Indien ter uitvoering van het eerste lid van gemeentewege woningen, woonwagens of standplaatsen worden gebouwd, geschiedt dit slechts, indien aannemelijk is, dat door het bouwen van woningen, woonwagens of standplaatsen door toegelaten instellingen niet voldoende in de woningbehoefte zal worden voorzien.



Artikelen 76 t/m 78
[Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 79
[Vervallen per 01-01-1994]




Artikel 80 [Vervallen per 01-10-2012]



Afdeling 4a. Stedelijke vernieuwing

Artikel 80aCollege van burgemeesters en wethouders en stedelijke vernieuwing

1. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor stedelijke vernieuwing en treft maatregelen in het belang daarvan.

2. Gedeputeerde staten dragen uitsluitend zorg voor de bevordering en ondersteuning van stedelijke vernieuwing, in het bijzonder indien zij in het kader daarvan financiŽle middelen verstrekken.

3. Onze Minister draagt zorg voor de bevordering en ondersteuning van stedelijke vernieuwing.

-

De woningwet is voor het laatst geactualiseerd op: 18 februari 2014.

De status van deze wet is: zeer goed.

Klik hier voor meer informatie.

<     Naar vorige pagina                                                       Naar volgende pagina     >
-
WWW.UWWET.nl
Sinds 2009. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl