




- rechtspraak
Datum uitspraak: 10-08-2010
De belangrijkste passage van de uitspraak en/of conclusie:
Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), voor zover hier van belang, kan, indien tegen een besluit voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Ingevolge artikel 44, eerste lid, aanhef en onder b, van de Woningwet mag en moet de reguliere bouwvergunning slechts en worden geweigerd, indien de aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk maken dat het bouwen waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven bij de bouwverordening.
Nu het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, dient verweerder op grond van het bepaalde in artikel 8:82, vierde lid, in samenhang met artikel 8:74, eerste lid, van de Awb het door verzoekers betaalde griffierecht te vergoeden.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:84 in samenhang met artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de kosten die verzoekers in verband met het verzoek om voorlopige voorziening hebben gemaakt.
Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden de kosten in verband met de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld
Klik hier voor de hele uitspraak.
Uwwet.nl


