Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-

- rechtspraak

LJN: BN7768, Rechtbank 's-Gravenhage , AWB 09/1410 WOW44 en AWB 09/4586 WW44

Datum uitspraak: 08-09-2010
Inhoudsindicatie: Is de wijziging van het bouwplan zodanig ingrijpend dat nog wel gesproken kan worden van hetzelfde bouwplan? Beroepen niet-ontvankelijk en ongegrond.





Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 1, meervoudige kamer

Reg.nrs.: AWB 09/1410 WOW44 en AWB 09/4586 WW44

UITSPRAAK ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in de gedingen tussen

[A] en [B], wonende te [plaats], eisers,
gemachtigde mr. M.R. Plug,

en

het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland, verweerder,
gemachtigde mr. W.I. Koelewijn.

Derde partij: [D] Beheer B.V., gevestigd te Maasland, vergunninghoudster,
gemachtigde mr. R. Brouwer.





I PROCESVERLOOP

AWB 09/1410 WOW44

Vergunninghoudster heeft op 1 februari 2000 een aanvraag om bouwvergunning ingediend voor het oprichten van zes woningen op het perceel Kortebuurt/Foppenpolder te Maasland, (hierna: het bouwplan).

Bij besluit van 24 juni 2002 heeft de rechtsvoorganger van verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Maasland, onder gelijktijdige verlening van vrijstelling krachtens artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, de gevraagde bouwvergunning verleend.

Bij besluit van 13 januari 2009, verzonden op gelijke datum, heeft verweerder het hiertegen door eisers gemaakte bezwaar wederom ongegrond verklaard, de bouwvergunning op verzoek van vergunninghoudster gedeeltelijk ingetrokken en voor een gewijzigd bouwplan vergunning verleend.

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 24 februari 2009, ingekomen bij de rechtbank op dezelfde datum, beroep ingesteld (registratienummer AWB 09/1410 WOW44).

Vergunninghoudster heeft bij brief van 20 oktober 2009 haar zienswijze op het beroep gegeven.

AWB 09/4586 WW44

Bij genoemd besluit van 13 januari 2009 heeft verweerder voorts besloten de illegale bebouwing, die is ontstaan door het gedeeltelijke intrekken van de bouwvergunning van 24 juni 2002, tijdelijk te gedogen, totdat daarover bij het in procedure zijnde bestemmingsplan "Kern Maasland 2008" is beslist.

Bij besluit van 12 mei 2009, verzonden op 20 mei 2009, heeft verweerder, overeenkomstig het advies van de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Midden-Delfland van 17 april 2009, het hiertegen door eisers gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 30 juni 2009, ingekomen bij de rechtbank op dezelfde datum, beroep ingesteld (registratienummer AWB 09/4586 WW44). De gronden zijn daarna aangevuld.

Vergunninghoudster heeft bij brief van 10 september 2009 haar zienswijze op het beroep gegeven.

Beide zaken

Verweerder heeft de op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd en verweerschriften ingediend.

Bij besluit van 31 maart 2010, verzonden op 1 april 2010, heeft verweerder aan vergunninghoudster een gewijzigde bouwvergunning verleend..Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 10 mei 2010, ingekomen bij verweerder op 11 mei 2010, bezwaar gemaakt.

Eisers hebben op 21 mei 2010 enige stukken overgelegd

De beroepen zijn op 1 juni 2010 gevoegd ter zitting behandeld.
Eisers zijn in persoon verschenen, bijgestaan door mr. M.R. Plug, advocaat te Delft.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [C], bijgestaan door mr. W.I. Koelewijn, advocaat te Den Haag.
Vergunninghoudster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar directeur, [D], bijgestaan door mr. R. Brouwer, advocaat te Naaldwijk.





II OVERWEGINGEN

AWB 09/1410 WOW44

Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRS), bijvoorbeeld de uitspraken van 4 november 2009, LJN: BH4648 en
9 december 2009, LJN: BK5857, blijkt dat, indien hangende een bezwaar- of beroepsprocedure met betrekking tot een bouwvergunning bij nader besluit naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek bouwvergunning wordt verleend voor een wijziging van het bouwplan waarvoor de eerdere bouwvergunning is verleend, op dat nadere besluit de artikelen 6:18 en 6:19 van de Awb van toepassing zijn, mits die wijziging van ondergeschikte aard is. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat voor een dergelijke wijziging volgens vaste rechtspraak geen nieuwe bouwaanvraag nodig is.
De wijziging van het bouwplan waarvoor verweerder bij het besluit van 31 maart 2010 bouwvergunning heeft verleend, heeft tot gevolg dat het bouwplan weer overeenkomt met het bouwplan waarvoor bij het besluit van 24 juni 2002 bouwvergunning is verleend. De wijziging betreft het vergroten van het - inmiddels opgerichte - aangebouwde bijgebouw. De wijziging is gelet op de omvang van het totale, zes woningen omvattende, bouwplan niet ingrijpend en is gelet op de vrijwel ongewijzigde verschijningsvorm van het bijgebouw in relatie tot de omgeving, planologisch niet relevant.

De rechtbank deelt het standpunt van eiser dat de wijziging van het bouwplan zodanig ingrijpend van aard is, dat redelijkerwijs niet meer van hetzelfde bouwplan gesproken kan worden en vergunninghoudster voor het gewijzigde bouwplan een nieuwe aanvraag om bouwvergunning had moeten indienen, derhalve niet.

De wijzigingen van het bouwplan moeten gelet op het vorenstaande worden aangemerkt als van ondergeschikte aard in evenbedoelde zin en het beroep van eisers tegen het besluit van 13 januari 2009 wordt geacht mede te zijn gericht tegen het besluit van 30 maart 2010.

De rechtbank merkt de brief van eisers van 10 mei 2010 met bezwaren tegen het besluit van 31 maart 2010 aan als een daartegen gericht beroepschrift, dat bij de behandeling van onderhavig beroep wordt betrokken.

Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden en is de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) ingetrokken. Verder zijn bij de inwerkingtreding van de Invoeringswet Wro op 1 juli 2008 enkele bepalingen van de Woningwet (Wow) gewijzigd. Aangezien de aanvraag om bouwvergunning en impliciet dus ook het verzoek om vrijstelling dateren van vr 1 juli 2008, en de aanvraag om bouwvergunning die heeft geleid tot het besluit van 31 maart 2010 ziet op een wijziging daarvan, zijn in dit geval nog de bepalingen van de WRO en de Wow van toepassing zoals deze destijds, vr 1 juli 2008 luidden.

Het bouwplan voorziet in het oprichten van zes woningen, vlietvilla's genoemd, op de percelen, plaatselijk bekend Foppenpolder 2, 4, 10, 12, 14 en 16 te Maasland, thans kadastraal bekend gemeente Midden-Delfland, sectie I, nummers 1186, 1187, 1189, 1190, 1191 en 1192. De woningen zijn opgericht in 1992. Het aan de woning Foppenpolder 10 aangebouwde bijgebouw is gedeeltelijk opgericht op het perceel, kadastraal bekend gemeente Midden-Delfland, sectie I, nummer 1181, dat in mede-eigendom toebehoort aan eisers.

Eisers kunnen zich met het bouwplan niet verenigen en hebben daartegen verschillende rechtsmiddelen aangewend. Naar aanleiding van de uitspraak van de ABRS van 8 oktober 2008, LJN: BF7224, heeft vergunninghoudster bij brief van 23 december 2008 verweerder verzocht de bouwvergunning gedeeltelijk in te trekken als bedoeld in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wow, namelijk voor zover het betreft het gedeelte van het bijgebouw dat is gesitueerd op gronden die in mede-eigendom zijn van eisers. Op 13 januari 2009 heeft verweerder daartoe besloten en voor het daardoor gewijzigde bouwplan vergunning verleend. Bij het besluit van 31 maart 2010 heeft verweerder op aanvraag van vergunninghoudster de bouwvergunning gewijzigd in die zin dat deze omvat de uitbreiding van het bijgebouw met zeven vierkante meter, door het bouwen van de buitenmuur evenwijdig aan de gevel van het hoofdgebouw. Het gevolg daarvan is dat het bouwplan weer is vergund overeenkomstig het besluit van 24 juni 2002.

Eisers hebben geen procesbelang meer bij het beroep voor zover dat is gericht tegen het besluit van 13 januari 2009, nu de wijziging van de bouwvergunning waarop het beroep ziet, bij het besluit van 31 maart 2010 ongedaan is gemaakt. Het bouwplan, zoals dat als gevolg van laatstgenoemd besluit is vergund, komt overeen met het bouwplan waarvoor bij besluit van 24 juni 2002 bouwvergunning is verleend . Het beroep van eisers dient in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Eisers hebben te kennen gegeven bezwaren te hebben tegen de verlening van de vrijstelling en de bouwvergunning. Zij zijn van mening dat sprake is van een privaatrechtelijke belemmering met een evident karakter die aan het verlenen van vrijstelling in de weg staat. Eisers stellen dat verweerder deze evidente privaatrechtelijke belemmering op een oneigenlijke manier probeert te omzeilen.

In artikel 44, eerste lid, van de Wow is bepaald dat een bouwvergunning alleen mag en moet worden geweigerd indien sprake is van een van de daar genoemde weigeringsgronden. Ingevolge het bepaalde onder c dient de bouwvergunning te worden geweigerd indien het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of de krachtens zodanig plan gestelde eisen.

Ter plaatse gold ten tijde van het nemen van het besluit van 24 juni 2002 het bestemmingsplan "Dorp Zuid". De woningen zijn deels op gronden met bestemming "Woondoeleinden (W)" en deels op gronden met bestemming "Bedrijfsdoeleinden (B)" gebouwd. Vast staat dat het bouwplan in strijd is met dit bestemmingsplan. Gelet hierop heeft verweerder vrijstelling ingevolge artikel 19, eerste lid, van de WRO verleend.

Ingevolge artikel 19, eerste lid, van de WRO kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van de verwezenlijking van een project vrijstelling verlenen van het geldende bestemmingsplan, mits dat project is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing en vooraf van gedeputeerde staten de verklaring is ontvangen dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben. Onder een goede ruimtelijke onderbouwing wordt bij voorkeur een gemeentelijk of intergemeentelijk structuurplan verstaan. Indien er geen structuurplan is of wordt opgesteld, wordt bij de ruimtelijke onderbouwing in elk geval ingegaan op de relatie met het geldende bestemmingsplan, dan wel wordt gemotiveerd waarom het te realiseren project past binnen de toekomstige bestemming van het desbetreffende gebied.

Ingevolge artikel 19, vierde lid, aanhef en onder b, van de WRO, kan, indien sprake is van een gebied waarvoor het bestemmingsplan niet overeenkomstig artikel 33, eerste lid, na tien jaar is herzien, die vrijstelling slechts worden verleend als voor het gebied een voorbereidingsbesluit geldt of een ontwerp voor een herziening ter inzage is gelegd.


Op 12 januari 2009 heeft verweerder het bestemmingsplan "Kern Maasland 2008" in ontwerp ter inzage gelegd.

Gelet hierop is aan de formele vereisten voor het volgen van de vrijstellingsprocedure voldaan.

Blijkens de ruimtelijke onderbouwing van het bouwplan vindt op het perceel Kortebuurt/Foppenpolder een herstructurering plaats als gevolg van de verplaatsing van het aldaar gevestigde bedrijf van vergunninghoudster.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet gezegd worden dat het bouwplan aldus niet van een goede ruimtelijke onderbouwing is voorzien.

Bij besluit van 19 mei 2009 heeft de raad van Midden-Delfland het bestemmingsplan "Kern Maasland 2008" vastgesteld. Tegen dit besluit is beroep ingesteld bij de ABRS en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Het verzoek om voorlopige voorziening is door de Voorzitter van de ABRS op 2 december 2009 (LJN: BK5804) afgewezen, waardoor het bestemmingsplan in werking is getreden.

Omdat nog niet op het beroep is beslist, is het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk. Zolang het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk is, is er volgens vaste jurisprudentie van de ABRS, bijvoorbeeld de uitspraak 29 juli 2009, LJN: BJ4089, sprake van procesbelang.
Hieruit volgt dat het toetsingskader voor de gewijzigde bouwaanvraag ten tijde van het nemen van het besluit van 31 maart 2010 het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Kern Maasland 2008" was. Uit de plankaart blijkt dat aan gronden waarop de woningen zijn gebouwd, de bestemmingen "Wonen (W)", "Tuinen (T)" en "Waterstaat" zijn gegeven.

De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de ABRS van 21 oktober 2009, LJN: BK0810, en stelt vast dat ingevolge artikel 17, lid 17.2.2. van de planvoorschriften de bouw van het bijgebouw is toegestaan, zodat vast staat dat het bouwplan in overeenstemming is met dit bestemmingsplan.

Verder doet zich ook geen van de andere in artikel 44 van de Wow genoemde weigeringsgronden voor.

Gelet op artikel 44 van de Wow, was verweerder verplicht de gevraagde gewijzigde bouwvergunning te verlenen.

De omstandigheid dat het aan de woning Foppenpolder 10 aangebouwde bouwplan gedeeltelijk is gesitueerd op grond die in mede-eigendom toebehoort aan eisers, kan gelet op het limitatieve en imperatieve karakter van artikel 44 van de Wow niet tot weigering van de bouwvergunning leiden. Voorts kan niet worden gezegd dat verweerder door zijn wijze van besluitvorming oneigenlijk een evidente privaatrechtelijke belemmering heeft omzeild. De stelling van eiser dienaangaande is niet onderbouwd.

Het beroep van eisers is gelet hierop, voor zover ontvankelijk, ongegrond.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

AWB 09/4586 WW44

Eisers hebben geen procesbelang meer ten aanzien van hun beroep gericht tegen de weigering van verweerder om een handhavingsbesluit te nemen. Het criterium daarvoor is of zij met hun beroep het door hen beoogde doel kunnen bereiken, te weten dat verweerder handhavend optreedt tegen de als gevolg van het besluit van 13 januari 2009 ontstane illegale bebouwing. Dat doel kan in deze procedure hoe dan ook niet bereikt worden. In dat licht is voor eisers alleen van belang dat de gedeeltelijke intrekking van de bouwvergunning van 24 juni 2002 ongedaan is gemaakt. Van tijdelijk gedogen van de als gevolg van het besluit van 13 januari 2009 illegale bebouwing is daarom geen sprake meer. Het beroep van eisers tegen het besluit van 12 mei 2009 dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.





III BESLISSING

De rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

verklaart het beroep in de zaak met het registratienummer AWB 09/1410 WOW44, voor zover gericht tegen het besluit van 13 januari 2009, niet-ontvankelijk;

verklaart het beroep in de zaak met het registratienummer AWB 09/1410 WOW44, voor zover gericht tegen het besluit van 31 maart 2010, ongegrond;

verklaart het beroep in de zaak met het registratienummer AWB 09/4586 WW44 niet- ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. M.P. de Valk, H.P.M. Meskers en mr. J. van Dort, in tegenwoordigheid van de griffier mr. R.F. van Aalst.

Uitgesproken in het openbaar op 8 september 2010.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

-
-
WWW.UWWET.nl
Sinds 2009. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl