Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-
Algemene wet bestuursrecht
artikel 4:5

LJN: BL8708, Raad van State , 200904913/1/H2

Datum uitspraak: 24-03-2010
Inhoudsindicatie: Bij besluit van 4 mei 2007 heeft de raad voor rechtsbijstand 's-Hertogenbosch een aanvraag om een toevoeging voor rechtsbijstand ten behoeve van [appellant] buiten behandeling gelaten.





Uitspraak

200904913/1/H2.
Datum uitspraak: 24 maart 2010

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 26 mei 2009 in zaak nr. 08/615 in het geding tussen:

appellant

en

de raad voor rechtsbijstand 's-Hertogenbosch.





1. Procesverloop
Bij besluit van 4 mei 2007 heeft de raad voor rechtsbijstand 's-Hertogenbosch een aanvraag om een toevoeging voor rechtsbijstand ten behoeve van [appellant] buiten behandeling gelaten.

Bij besluit van 7 januari 2008 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, de aanvraag om een toevoeging alsnog in behandeling genomen en een vergoeding kosten bestuurlijke voorprocedure toegekend van Ä 161,00.

Bij uitspraak van 26 mei 2009, verzonden op dezelfde datum, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 juli 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 5 augustus 2009.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 februari 2010, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. C.W. Wijnstra, werkzaam bij de raad, is verschenen.





2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), voor zover thans van belang, worden de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

Ingevolge het vierde lid worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld over de kosten waarop de vergoeding uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het BPB) kan een vergoeding van de kosten als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb, betrekking hebben op de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a wordt bij de beslissing op bezwaar ten aanzien van de kosten, bedoeld in voormeld artikel 1, aanhef en onder a, het bedrag van de kosten overeenkomstig het in de bijlage opgenomen tarief vastgesteld.

Ingevolge de bijlage wordt het bedrag van de kosten, bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a vastgesteld door aan de verrichte proceshandelingen punten toe te kennen overeenkomstig een lijst en die punten te vermenigvuldigen met de waarde per punt en met de toepasselijke wegingsfactoren. De in de bijlage genoemde wegingsfactoren variŽren van 0,25 (zeer licht) tot 2 (zeer zwaar).

Volgens artikel 2 van de Beleidsregels wegingsfactoren kosten bestuurlijke voorprocedure (hierna: de Beleidsregels), zoals deze golden ten tijde hier van belang, worden onder meer de volgende categorieŽn zaken in een administratief beroep betreffende besluiten van het Bureau rechtsbijstandvoorziening met betrekking tot verzoeken om gefinancierde rechtsbijstand als bedoeld in artikel 24, eerste lid van de Wrb met een wegingsfactor 0,5 gewaardeerd:

e. zaken waarin administratief beroep is ingesteld tegen het besluit van het bureau waarin het verzoek om een toevoeging is geweigerd, omdat het verzoek niet is ondertekend, onvoldoende is toegelicht of niet is voorzien van de voor de beoordeling van het verzoek van belang zijnde verklaring of andere bewijsstukken (artikel 28, eerste lid, onder a van de Wrb);

f. zaken waarin administratief beroep is ingesteld tegen het besluit van het bureau de aanvraag niet te behandelen (artikel 4:5 Awb).

2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de raad ten onrechte aan de hand van artikel 2, aanhef en onder e, van de Beleidsregels een wegingsfactor van 0,5 (licht) heeft toegepast bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding. Hij voert hiertoe aan dat zijn aanvraag buiten behandeling was gelaten en dat de Beleidsregels daarin niet voorzien.

2.3. Uit de motivering van het besluit op bezwaar van 7 januari 2008 komt naar voren dat de raad het verzoek heeft beoordeeld aan de hand van artikel 2, aanhef en onder e, van de Beleidsregels. [appellant] heeft terecht betoogd dat de rechtbank heeft miskend dat artikel 2, aanhef en onder e, van de Beleidsregels niet van toepassing is. De Afdeling ziet daarin evenwel geen aanleiding om tot vernietiging van de aangevallen uitspraak en het besluit op bezwaar over te gaan, aangezien een juiste toepassing van de Beleidsregels niet tot een ander resultaat zou hebben geleid. Artikel 2, aanhef en onder f, van de Beleidsregels bepaalt immers dat zaken waarin administratief beroep is ingesteld tegen het besluit om de aanvraag om een toevoeging niet te behandelen evenzeer met een wegingsfactor van 0,5 worden gewaardeerd. Dat in artikel 2 wordt gesproken van administratief beroep en de Beleidsregels in zoverre niet zijn aangepast aan de wijziging van de Wrb met ingang van 1 mei 2004, maakt dit niet anders, zoals ook de rechtbank heeft overwogen. Zaken waarin bezwaar is gemaakt tegen het buiten behandeling laten van de aanvraag zijn niet wezenlijk anders dan zaken waarin administratief beroep werd ingesteld tegen het buiten behandeling laten van de aanvraag. De rechtbank is terecht, zij het op onjuiste grond, tot de slotsom gekomen dat het besluit op bezwaar van 7 januari 2007, waarbij de vergoeding aan de hand van wegingsfactor 0,5 is vastgesteld op Ä 161,00, in stand kan blijven. Het betoog faalt.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, zij het met verbetering van de gronden waarop deze rust.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.





3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.





Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens w.g. Van Meurs-Heuvel lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2010

47-630.

-
-
WWW.UWWET.nl
Sinds 2009. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl