Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-
Algemene wet bestuursrecht
artikel 5:25

Datum uitspraak: 07-04-2010
Inhoudsindicatie: Bij besluit van 29 oktober 2007 heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente Charlois van de gemeente Rotterdam zijn beslissing om jegens [wederpartij] bestuursdwang toe te passen ter zake van het op 5 maart 2007 ontmantelen van een hennepkwekerij in het pand op het perceel [locatie] te Rotterdam (hierna: het pand) op schrift gesteld. Daarbij heeft het dagelijks bestuur besloten dat de kosten voor toepassing van bestuursdwang voor rekening van [wederpartij] komen.





Uitspraak

Datum uitspraak: 7 april 2010

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het dagelijks bestuur van de deelgemeente Charlois van de gemeente Rotterdam,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 april 2009 in zaak nr. 08/1921 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

het dagelijks bestuur van de deelgemeente Charlois van de gemeente Rotterdam.





1. Procesverloop
Bij besluit van 29 oktober 2007 heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente Charlois van de gemeente Rotterdam zijn beslissing om jegens [wederpartij] bestuursdwang toe te passen ter zake van het op 5 maart 2007 ontmantelen van een hennepkwekerij in het pand op het perceel [locatie] te Rotterdam (hierna: het pand) op schrift gesteld. Daarbij heeft het dagelijks bestuur besloten dat de kosten voor toepassing van bestuursdwang voor rekening van [wederpartij] komen.
Bij besluit van 19 maart 2008 heeft het dagelijks bestuur het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 29 oktober 2007 in stand gelaten.

Bij uitspraak van 29 april 2009, verzonden op 1 mei 2009, heeft de rechtbank Rotterdam het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het dagelijks bestuur bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 juni 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 7 juli 2009.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

Bij besluit van 13 oktober 2009 heeft het dagelijks bestuur naar aanleiding van de aangevallen uitspraak een nieuw besluit genomen.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 februari 2010, waar het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. S.B.H. Fijneman, werkzaam bij de gemeente, en [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. drs. S.J. Brunia, advocaat te Rotterdam, zijn verschenen.





2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 5:25, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is de overtreder de kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang verschuldigd, tenzij de kosten redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen.

Ingevolge het ter plaatse geldende uitbreidingsplan "Linker Maasoever" (hierna: het uitbreidingsplan) rust op het perceel waarop het pand zich bevindt de bestemming "Gesloten woningbouw".

Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de "Bebouwingsvoorschriften Zuid" (hierna: de bebouwingsvoorschriften), die een partiŽle herziening zijn van het uitbreidingsplan, mag, voor zover hier van belang, op de als zodanig aangewezen gronden uitsluitend een aaneengesloten voor bewoning ingerichte en bestemde bebouwing worden gesticht.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de "Voorschriften verzamelherziening inzake gebruiksbepaling" (hierna: de verzamelherziening), dat een partiŽle herziening is van onder meer het voorbedoelde uitbreidingsplan, gelezen in samenhang met artikel 1 van de verzamelherziening, is het verboden de in het uitbreidingsplan gelegen onbebouwde gronden, gebouwen en andere bouwwerken geheel of gedeeltelijk te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan gegeven bestemming en/of het volgens de bij het plan behorende voorschriften uitsluitend toelaatbare gebruik, dan wel met de uit die voorschriften voortvloeiende aard van de bebouwing.

Ingevolge artikel 1 van de "Voorschriften tweede verzamelherziening inzake gebruiksbepaling" (hierna: de voorschriften), dat een partiŽle herziening is van onder meer het voorbedoelde uitbreidingsplan, gelezen in samenhang met bijlage A bij de voorschriften, dient, voor zover hier van belang, in gebruiksbepalingen die onderdeel uitmaken van het uitbreidingsplan, onder gebruik te worden verstaan: gebruiken, in gebruik geven, doen gebruiken of laten gebruiken.

2.2. [wederpartij] was ten tijde van de ontmanteling van de hennepkwekerij eigenaar van het pand. Toentertijd was het pand verhuurd aan NAS Woningverhuur B.V. Vast staat en niet in geschil is dat NAS een overeenkomst tot onderhuur heeft gesloten met [onderhuurder].

2.3. Vast staat dat het gebruiken van het pand als hennepkwekerij in strijd is met artikel 4, eerste lid, van de bebouwingsvoorschriften, zodat het dagelijks bestuur bevoegd was ter zake handhavend op te treden.

2.4. Het dagelijks bestuur betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat hij zich in zijn in bezwaar gehandhaafde besluit van 29 oktober 2007 terecht op het standpunt heeft gesteld dat [wederpartij] als overtreder van het verbod het pand te laten gebruiken in strijd met de bestemming kan worden aangemerkt, zodat de kosten voor ontmanteling van de hennepkwekerij ten laste van haar konden worden gebracht. Hiertoe voert het aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat, indien tussenliggende schakels zijn te achterhalen, in dit geval NAS en [onderhuurder], niet iedere willekeurige schakel in het huur- en verhuurtraject door hem kan worden aangeschreven, maar dat het onderzoek zich in de eerste plaats dient te richten op de (onder)huurder die het pand daadwerkelijk zou hebben gebruikt. Dat het pand ten tijde van de ontmanteling van de hennepkwekerij door NAS werd onderverhuurd aan [onderhuurder] ontslaat haar, als eigenaar, niet van de verplichting om zich te informeren over het gebruik dat van het door haar verhuurde pand werd gemaakt, aldus het dagelijks bestuur.

2.4.1. Het dagelijks bestuur voert weliswaar terecht aan dat de omstandigheid dat mogelijk meerdere overtreders zijn aan te schrijven niet reeds maakt dat de eigenaar van het pand niet kan worden aangeschreven, maar dit betoog leidt om het hiernavolgende niet tot het door het dagelijks bestuur daarmee beoogde doel.

2.4.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 21 mei 2008 in zaak nr. 200706734/1) mag van de eigenaar van een pand dat in strijd met de bestemming als hennepkwekerij wordt gebruikt, worden gevergd dat hij zich tot op zekere hoogte informeert over het gebruik dat van het door hem verhuurde pand wordt gemaakt. Hij dient aannemelijk te maken dat hij niet wist en niet heeft kunnen weten dat het pand als hennepkwekerij werd gebruikt. Hieruit volgt, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, dat de omstandigheid dat [wederpartij] eigenaar is van het pand, niet reeds tot de conclusie leidt dat zij kan worden aangemerkt als overtreder van het verbod om dit in strijd met de bestemming te laten gebruiken. Zoals hiervoor in 2.2. is overwogen, was het pand ten tijde van de ontmanteling van de hennepkwekerij door NAS, een professioneel woningverhuurbedrijf, onderverhuurd aan [onderhuurder]. Dit bedrijf legt zich onder meer toe op het beheer van de door haar verhuurde woonruimten. Mede gelet op de door [wederpartij] overgelegde huurovereenkomst en de bewijzen van maandelijkse betaling van de huurpenningen door NAS staat vast, hetgeen het dagelijks bestuur ook niet heeft betwist, dat NAS de huurovereenkomst met [wederpartij] is nagekomen. Anders dan het dagelijks bestuur betoogt, brengt het enkele feit dat niet duidelijk is of en op welke wijze [onderhuurder] zijn huurpenningen aan NAS heeft voldaan niet met zich dat in dit geval [wederpartij] aanleiding had behoren te zien om te controleren of het door haar verhuurde pand door de onderhuurder in overeenstemming met de bestemming werd gebruikt. Onder deze omstandigheden, betoogt het dagelijks bestuur tevergeefs dat zij wist, dan wel had behoren te weten, dat het pand in strijd met de bestemming als hennepkwekerij werd gebruikt. [wederpartij] kan dan ook niet als overtreder van het gebruiksverbod worden aangemerkt, zodat de kosten voor ontmanteling van de hennepkwekerij niet ten laste van haar kunnen worden gebracht.

Het betoog faalt.
2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, met verbetering van de gronden waarop deze rust.

2.6. Bij besluit van 13 oktober 2009 heeft het dagelijks bestuur naar aanleiding van de aangevallen uitspraak een nieuw besluit genomen. Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:24, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met de artikelen 6:18, eerste lid, en 6:19, eerste lid, van die wet, geacht eveneens onderwerp te zijn van dit geding.

2.7. [wederpartij] betoogt onder meer dat het dagelijks bestuur ten onrechte heeft nagelaten opnieuw te beslissen op het door haar tegen het besluit van 29 oktober 2007 gemaakte bezwaar.

2.7.1. Ter zitting heeft het dagelijks bestuur toegelicht dat met het besluit van 13 oktober 2009 is beoogd de door [wederpartij] tegen het besluit van 29 oktober 2007 gemaakte bezwaren gegrond te verklaren en dit besluit te herroepen. Volgens het dagelijks bestuur is niet beoogd om te bepalen dat het nieuwe besluit op bezwaar een voorlopig karakter heeft en dat de uitspraak van de Afdeling hiervoor in de plaats zal treden bij gegrondverklaring van het hoger beroep. Dat laatste was slechts bedoeld ter voorlichting aan [wederpartij]. Dit door het dagelijks bestuur ter zitting ingenomen standpunt blijkt echter niet uit het besluit van 13 oktober 2009. Voorts heeft het dagelijks bestuur ten onrechte niet beslist op het verzoek van [wederpartij] om vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten. Gelet op het voorgaande, betoogt [wederpartij] terecht dat het dagelijks bestuur ten onrechte heeft nagelaten opnieuw te beslissen op het door haar tegen het besluit van 29 oktober 2007 gemaakte bezwaar.

Het betoog slaagt.
2.8. Het beroep tegen het besluit van 13 oktober 2009 is gegrond. Dit besluit dient te worden vernietigd. Zoals hiervoor onder 2.4.2. reeds is overwogen kan [wederpartij] niet als overtreder van het gebruiksverbod worden aangemerkt. De Afdeling zal derhalve op na te melden wijze in de zaak voorzien.

2.9. Het dagelijks bestuur dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.





3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. verklaart het beroep van [wederpartij] tegen het besluit van het dagelijks bestuur van de deelgemeente Charlois van de gemeente Rotterdam van 13 oktober 2009 gegrond;
III. vernietigt dit besluit;
IV. verklaart het door [wederpartij] tegen het besluit van het dagelijks bestuur van de deelgemeente Charlois van de gemeente Rotterdam van 29 oktober 2007 gemaakte bezwaar gegrond;
V. herroept dit besluit;
VI. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 13 oktober 2009;
VII. veroordeelt het dagelijks bestuur van de deelgemeente Charlois van de gemeente Rotterdam tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het bezwaar tegen het besluit van 29 oktober 2007 opgekomen proceskosten tot een bedrag van Ä 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
VIII. veroordeelt het dagelijks bestuur van de deelgemeente Charlois van de gemeente Rotterdam tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het beroep tegen het besluit van 13 oktober 2009 en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van Ä 966,00 (zegge: negenhonderdzesenzestig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
IX. verstaat dat de secretaris van de Raad van State van het dagelijks bestuur van de deelgemeente Charlois van de gemeente Rotterdam griffierecht ten bedrage van Ä 447,00 (zegge: vierhonderdzevenenveertig euro) heft.





Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van Staat.

w.g. Wortmann w.g. Van Driel lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 april 2010

-
-
WWW.UWWET.nl
Sinds 2009. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl